Congres ‘Jong geleerd is oud gedaan’

Congrescentrum Corpus in te Leiden |

Congresverslag

Klik op de naam van de spreker en bekijk het filmpje van zijn/haar presentatie. Van sommige sprekers hebben wij ook de presentatie mogen ontvangen.

Een gezond eetpatroon op jonge leeftijd is van invloed op de latere gezondheid

‘Het voedingspatroon van jonge kinderen is van grote invloed op de gezondheid op latere leeftijd.’ Dat vertelde Hester van Meer, kinderarts UMCG tijdens het congres “Jong geleerd is oud gedaan” (presentatie). Ruim 500 jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen en (kinder)diëtisten bezochten dit congres, dat op 3 oktober in Corpus in Oegstgeest gehouden werd. Het programma was gebaseerd op 3 pijlers: ontwikkeling van eetgedrag, het belang van een goed voedingspatroon ter preventie van chronische ziekten en de preventie in de praktijk. Duidelijk werd dat de foetale periode al van invloed is op de latere gezondheid. De voedingstoestand van de moeder en de groei tijdens de zwangerschap kunnen het risico op chronische ziekten op latere leeftijd beïnvloeden. Maar ook de eerste levensjaren zijn belangrijk. Prof. Dr. Fred Brouns was de dagvoorzitter (presentatie).

Al jong leren waarderen

‘Voedselvoorkeuren worden de eerste 2 levensjaren aangeleerd, daarna blijven ze betrekkelijk stabiel.’ Dit stelde prof.dr. Kees de Graaf, hoogleraar sensoriek en eetgedrag aan Wageningen UR. ‘Kinderen hebben wereldwijd een aangeboren voorkeur voor zoet en een afkeur voor bitter en zuur. Na 6 maanden krijgen ze een voorkeur voor zout en voor umami. Deze smaakvoorkeuren zijn van nature aanwezig, maar voorkeuren voor specifieke voedingsmiddelen worden aangeleerd.’ Het aanleren van voedselvoorkeuren gaat volgens De Graaf uit van 4 principes: ‘Allereerst het blootstellen en dat begint al in de baarmoeder. De “smaak” van vruchtwater verandert, afhankelijk van wat de moeder gegeten heeft. Een baby neemt kleine slokjes vruchtwater en proeft zo al van “worteltjes”. Ook na de geboorte geldt dat de voorkeur toeneemt naarmate een voedingsmiddel vaker aan het kind aangeboden wordt. Blootstelling is waarschijnlijk het meest krachtige principe, waarbij geldt dat 5 – 10 blootstellingen voldoende zijn om een voorkeur aan te leren’. Volgens De Graaf zijn er daarnaast de principes van energie-smaakconditionering en smaak-smaakconditionering. Hij lichtte toe: ‘Een maaltijd met vet en/of koolhydraten (=energie) wordt na herhaalde consumptie meer gewaardeerd dan een maaltijd waar dit niet in zit. Tot slot leren kinderen gewoonten aan via sociale beloning en imitatie, geef als ouder dus het goede voorbeeld.’ (presentatie)

Vaccin

Dr. Emely de Vet, universitair hoofddocent Gezondheidscommunicatie aan Wageningen UR gaf aan dat de laatste decennia voedsel steeds toegankelijker is. In diezelfde periode is ook het lichaamsgewicht steeds meer gestegen. ‘De voedselomgeving is drastisch veranderd. Via zelfregulatie – het vermogen om emoties, aandacht, gedachten en gedrag te sturen met het oog op de toekomst – kunnen we kinderen hiermee leren omgaan. Zelfregulatie is meer dan een persoonlijkheidstrekje; het is aan te leren. Uit het TEMPEST-project blijkt dat jongeren zelf strategieën weten om gezonder te eten, zoals het vermijden van bepaalde gangpaden in supermarkten, afleiding zoeken bij trek of een lekkere geur van de bakker negeren. Ook stellen jongeren zich soms doelen, zoals eerst het huiswerk afmaken voordat ze een snoepje mogen pakken.’ Volgens De Vet kunnen strategieën kinderen helpen en spelen de sociale en fysieke context een rol bij het ontwikkelen van deze vaardigheden. ‘Ouders kunnen beter niets verbieden, want dat heeft een tegenovergesteld effect. Samen eten en de waarde die daaraan gehecht wordt door het gezin, beïnvloedt juist zelfregulatie. En de confrontatie met voedsel kan wellicht bijdragen aan het verhogen van de weerstand tegen verleidingen en een betere zelfregulatie. Zo leren ze ‘nee’ te zeggen. Zet blootstelling dus in als een soort van “vaccin”. Een beetje blootstelling voorkomt dat kinderen zich helemaal te buiten gaan als ze een keer de kans krijgen.’

Voeding en botsterkte

Het belang van een goed voedingspatroon ter preventie van chronische ziekten werd onder andere duidelijk tijdens de presentatie van dr. Edith van den Hooven, postdoc onderzoeker Epidemiologie aan het Erasmus MC. Zij besprak de uitkomsten van een deelonderzoek binnen de Generation R study, waaraan 10.000 Rotterdamse kinderen, geboren tussen 2002 en 2006 deelnemen. Deze studie bekijkt de relatie tussen voedingspatronen op jonge leeftijd en de botsterkte op de leeftijd van 6 jaar. Van den Hooven: ‘Uit dit onderzoek blijkt dat peuters die een voeding rijk aan zuivelproducten en kaas, volkoren granen en eieren gebruiken, een hogere botdichtheid hebben op 6-jarige leeftijd. Dit voedingspatroon bevat nutriënten die gunstige effecten kunnen hebben op botsterkte. Zuivel levert bijvoorbeeld calcium, magnesium en eiwitten van hoge kwaliteit en volkoren granen leveren magnesium, ijzer en B-vitamines.’ Joline Beulens, PhD en assistant professor of Epidemiology aan het UMC Utrecht analyseerde voedselconsumptiegegevens om de relatie tussen zuivelinname bij kinderen en de inname van voedingsstoffen te bekijken. Het viel haar op dat 33% van de Nederlandse kinderen geen tot weinig melk gebruikt en dat 30% van de kinderen geen tot weinig kaas gebruikt (presentatie).
Maar ook borstvoeding en de vitamine D status op kinderleeftijd blijken samen te hangen met de botgezondheid. Van de deelnemende moeders aan de Generation R study had 91% ooit borstvoeding gegeven aan het kind dat deelnam aan het onderzoek en 28% van de kinderen kreeg in de eerste 4 maanden exclusief borstvoeding. Van den Hooven: ‘Kinderen die geen borstvoeding kregen, hadden een lagere botdichtheid en een kleinere botoppervlakte dan kinderen die wel borstvoeding hadden gekregen.’ Ook is bij de deelnemende kinderen bloed afgenomen om de vitamine D-status te bepalen. Hieruit bleek 6% van de kinderen ernstig deficiënt, 24% van de kinderen had een deficiëntie, 36% van de kinderen had voldoende vitamine D in het bloed en bij 34% was het gehalte optimaal. ‘De kinderen met vitamine D-deficiëntie hadden een lagere botdichtheid dan kinderen met een adequate vitamine D-status.’ Van den Hooven sloot af met de conclusie dat borstvoeding, voedingspatronen op de peuterleeftijd en de vitamine D-status op de kinderleeftijd mogelijk invloed kunnen hebben op het behalen van de piekbotmassa en op het toekomstig risico op botbreuken.

Nieuwe JGZ-richtlijn

Trudy Voortman, PhD onderzoeker Epidemiologie aan het Erasmus MC benadrukte dat er maar weinig onderzoek is gedaan naar het “peuterdieet”. Ook zijn er volgens haar geen duidelijke aanbevelingen. Wel is duidelijk dat de voedingsinname van kinderen van 1-4 jaar niet optimaal is. Met name moet er gelet worden op de inname van voldoende vitamine D en (goede) vetten en niet teveel zout en tussendoortjes. Brenda Glas, kinderdiëtist/voedingskundige, Consultancy in Kindervoeding wees op de nieuwe JGZ-richtlijn “Voeding en eetgedrag” die momenteel binnen de jeugdgezondheidszorg wordt geïmplementeerd. Deze richtlijn biedt handvatten voor uniforme en systematische voorlichting, begeleiding en zo nodig verwijzing van ouders, kinderen en jongeren naar bijvoorbeeld een kinderdiëtist (presentatie).

Coachende rol

Drs. Maartje van Osch, consumentenpsychologe en directeur van FamilyFactor, liet zien dat de opvoedtechnieken van Nederlandse ouders in de loop der jaren flink veranderd zijn. Jarenlang was er vooral sprake van een autoritaire opvoedcultuur. Deze manier van opvoeden ging in de jaren ’90 over op meer verwennerij bij het voeden en opvoeden. ‘En nu is de coachende ouderrol in opmars. Dat past bij de veranderingen in onze samenleving. Kinderen zijn jonger wereldwijs. Zij leren tegenwoordig niet alleen van hun ouders, maar ook via internet, app’s, speciale lesprogramma’s op school en informatieve programma’s op televisie. Het is op jongere leeftijd mogelijk en zinvol om de dialoog met kinderen aan te gaan.’ (presentatie)

Tijdens het congres werd er ook volop gediscussieerd. Bekijk daarom ook de paneldiscussie over leefstijladviezen ter preventie van chronische ziekten op later leeftijd met Dries Hettinga (adjunct-directeur Diabetesfonds), Marjon Bachra (hoofd bureau Convenant Gezond Gewicht) en Harry van den Broek (voorzitter Osteoporosevereniging). Bekijk ook de praat mee sessie met de zaal over ‘Wat kan de gezondheidszorg doen om nog meer bij te dragen aan het gezond laten opgroeien van kinderen, en wat is de rol van de jeugdgezondheidszorg hierin?’

Algemene informatie

Locatie

Congrescentrum Corpus
Willem Einthovenstraat 1
2342 BH Oegstgeest
T 071 7510203
E congres@corpusexperience.nl

Accreditatie

Accreditatie is verleend voor:

  • Diëtisten, door ADAP met 5 punten
  • Gewichtsconsulenten, door BGN met 2,5 punt
  • Jeugdartsen, door AbSg met 5 punten
  • Verpleegkundig specialisten, door Accreditatiebureau Verpleegkundig Specialisten Register met 5 punten
  • Jeugd-en kinderverpleegkundigen, door Accreditatiebureau Kwaliteitsregister V&V en Register Zorgprofessionals met 6 punten
  • Praktijkverpleegkundigen, door Accreditatiebureau Kwaliteitsregister V&V en Register Zorgprofessionals met 6 punten

Kosten

Dit congres werd volledig aangeboden door het FrieslandCampina Institute Nederland.

Programma

Congres 'Jong geleerd is oud gedaan'