Voeding en sport, NVD op bezoek bij het FrieslandCampina Institute

FrieslandCampina Innovation Center te Wageningen |

Congresverslag

Ruim 120 (sport)diëtisten waren 7 april jl. op bezoek bij het FrieslandCampina Institute in het Innovation Centre van FrieslandCampina te Wageningen. Thema van de middag was voeding bij de (recreatie)sporter en de rol van de diëtist. Anja Evers (directeur NVD) en Francis Riekhoff (manager FrieslandCampina Institute Nederland) heetten de diëtisten van harte welkom. Voor de NVD was dit de tweede keer dat ze een kijkje in de keuken namen bij één van haar sponsoren. Door de enthousiaste aanwezigen kan er terug worden gekeken op een geslaagde en inspirerende middag.

Klik op de naam van de spreker en bekijk de presentatie.

‘Herstel is een belangrijk onderdeel van de training voor een sporter. Voldoende rust en een goede voeding met hoogwaardige eiwitten zijn een essentieel onderdeel van de herstelperiode’. Dit vertelde Mieke Acda, sportdiëtist en voedingskundige bij FrieslandCampina DMV, tijdens de eerste presentatie van de middag.

24 uur

Aandacht voor de voeding voor en na de prestatie is belangrijk. De laatste jaren ligt de nadruk steeds meer op de consumptie van de sporter gedurende 24 uur. ‘De spiermassa afbraak is een doorlopend proces dat nauwelijks te beïnvloeden is door voeding of beweging. Bij de spiermassa synthese is dit wel het geval. De spiereiwitsynthese wordt namelijk getriggerd door beweging en de inname van eiwitten. Per eetmoment is 20 gram kwalitatief hoogwaardig eiwit voldoende voor een maximale spiereiwitsynthese na inspanning bij jonge gezonde proefpersonen (Moore, 2009). Daarbij is de verdeling van de eiwitmomenten over de dag belangrijk om rekening mee te houden’, legde Mieke Acda uit. Een eiwitmoment vlak voor het slapen kan daarnaast tijdens de nacht de spiereiwitsynthese stimuleren. Dit blijkt tot nu toe alleen uit één studie (Res, 2012) waarbij de spiermassasynthese en spiermassa afbraak tijdens de nacht is gemeten, maar ook een recente lange termijn studie bevestigt inmiddels deze resultaten (Snijders, 2014).

Zuivel

‘Melkeiwit bestaat voor 80% uit caseïne-eiwit en voor 20% uit wei-eiwit. Caseïne wordt ook wel het ‘langzame’ eiwit genoemd en wei het ‘snelle’ eiwit. In studies (Boirie, 1996) zien we dat de aminozuren uit wei-eiwit een piek geven 2 uur na inname. Caseïne-eiwit heeft een langzamere respons, wat betekent dat 6 uur na inname de aminozuren nog steeds aanwezig zijn. Bovendien heeft wei-eiwit een hoger leucine gehalte dan caseïne-eiwit’, vertelde Mieke Acda. Dit aminozuur wordt gezien als een belangrijke trigger voor de aanmaak van de spiermassasynthese. Toch heeft wei niet per se de voorkeur boven caseïne: ‘Na een periode van 6 uur heeft wei-eiwit geen extra voordeel in vergelijking met caseïne-eiwit op de spiermassasynthese. Als een sporter op één dag binnen een korte tijd meerdere inspanningen of trainingen heeft kan wei-eiwit door de snelle respons wel een voordeel hebben’. Door het complete aminozuurprofiel en de goede verteerbaarheid wordt het melkeiwit gezien als een kwalitatief hoogwaardig eiwit. Naast zuivel, hebben andere dierlijke producten als eieren, vlees en vis een hoge kwaliteit eiwitten.

Voedingsadvies voor een (recreatie)sporter

Hoe ziet een voedingsadvies er uit voor een (recreatie)sporter? Hierover vertelde Gunilla Boomsma, sportdiëtist en eigenaar van Boomsma Sportdiëtist: ‘Voor iedere sporter is een gevarieerde en uitgebalanceerde basisvoeding het belangrijkst. Doelstelling van een goede basisvoeding is het bevorderen van de prestatie, het herstel, de gezondheid en de weerstand van de sporter’. Gunilla Boomsma noemde een aantal aandachtspunten voor een goed voedingsadvies voor een sporter: ‘Let bij sporters op hun vochtinname. Bij een vochtverlies van 1,7% kan de sporter al klachten krijgen als gevolg van de te lage vochtinname, zoals maag-darmklachten, kramp, hoofdpijn of zwakte. Dit kan ook een effect hebben op de prestatie. Bij een training korter dan 1,5 uur volstaat water, bij een langere training kan een sportdrank geadviseerd worden. Vraag wel goed na welke sportdrank (hypertoon of isotoon) de sporter neemt, want vaak wordt er alleen op de kleur van het drankje gelet’. Als diëtist kun je de sporter helpen een goede keuze te maken in het soort sportdrank. Tekorten in de voeding kunnen worden aangevuld met basisvoedingsmiddelen en eventueel supplementen, denk hierbij aan suppletie van vitamine D, omega-3 vetzuren of een multivitamine van éénmaal de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid. Ook de timing van het eetmoment is belangrijk: ‘Voorafgaand aan de training of de prestatie ligt de nadruk op een voldoende inname van vocht en koolhydraten, en achteraf ligt de nadruk op herstel en een voldoende inname van eiwitten. Dit kan bijvoorbeeld een portie zuivel zijn met wat fruit, een gevarieerde lunch of avondmaaltijd. Het voedingsadvies is natuurlijk altijd persoonlijk en dient afgestemd te worden op het aantal trainingen en het niveau van de sporter’.

Kortom de rol van de (sport)diëtist is groot, maar de sporter weet de (sport)diëtist niet altijd te vinden. Gunilla Boomsma raadde daarom aan om zoveel mogelijk de samenwerking op te zoeken met een sportschool, fysiotherapeut, sportarts of bijvoorbeeld een hardloopwinkel.

NVD Actueel

Anja Evers, directeur van de NVD, ging in op een aantal ontwikkelingen binnen de NVD. Allereerst werd er stilgestaan bij het herzien van de Artsenwijzer Diëtetiek (de nieuwe versie wordt verwacht na de zomer). Om inzicht te krijgen in het gebruik van de wijzer is onder diëtisten en andere gezondheidszorgprofessionals een vragenlijst uitgezet. ‘Dietisten beoordelen de website www.artsenwijzer.info met gemiddeld een 8,9 en het boek met een 7,9. De Artsenwijzer Diëtetiek is bedoeld om een goede doorverwijzing van een arts of een praktijkondersteuner naar de diëtist te ondersteunen. Uit de vragenlijst blijkt ook dat diëtisten de Artsenwijzer vaak zelf gebruiken als naslagwerk’, vertelde Anja Evers. Naast de herziening van de huidige Artsenwijzer werkt de NVD ook aan een nieuwe opzet, die beter aansluit bij ontwikkelingen, zoals de zorgprofielen in de Zorgmodule Voeding en de taakherschikking in de zorg. Het volgende onderwerp was de Campagne Dieet dit Dieet dat, waarbij het huidige bereik van de campagne en de plannen voor 2015 werden belicht. Ook voor dit jaar staan er diverse media-uitingen op de planning, waaronder posters en folders voor de wachtkamer, radiospots en social media. Het laatste onderwerp was het meerjarenbeleidsplan 2016-2019. Dit werkt de NVD in 2015 verder uit. De NVD gaat op tour langs alle regio’s om de plannen voor 2016 en verder te presenteren. Diëtisten die hierover willen meedenken worden dan ook aangeraden om de agenda van de regiobijeenkomsten in de gaten te houden.

Na de presentaties kregen de diëtisten een rondleiding door het Experience Center van FrieslandCampina en de diverse laboratoria, waarbij verschillende eiwitshakes en producten geproefd konden worden. We kijken terug op een geslaagde middag!

Algemene informatie

Locatie

FrieslandCampina Innovation Center
Bronland 20
6708 WH Wageningen
T 0317 711646
E institute.nl@frieslandcampina.com

Accreditatie

Accreditatie is verleend voor:

  • Diëtisten met 2,5 punt

Kosten

Dit congres werd volledig aangeboden door het FrieslandCampina Institute Nederland.