Regiotour ‘Jong geleerd is oud gedaan’

Tilburg | Rotterdam | Utrecht | Zwolle |

 

Congresverslag

Klik op de naam van de spreker en download de presentatie.

De praktijk: van boodschap aan ouders naar gezond etende kinderen

Hoe zorg je dat je voedingsboodschap aansluit bij de opvoedstijl van de ouders? En met welke “nudges” kun je het eten van basisvoedingsmiddelen onbewust stimuleren? Dat werd duidelijk tijdens de Regiotour “Jong geleerd is oud gedaan”. Het FrieslandCampina Institute organiseerde deze praktische bijeenkomst 5 keer in september en oktober op diverse plaatsen in Nederland. Totaal namen meer dan 400 (kinder)diëtisten, gewichtsconsulenten, jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen deel.

‘Het aanleren van een gevarieerd voedingspatroon met voldoende basisvoedingsmiddelen als groente, fruit, brood en melk is van belang. De voeding tijdens de eerste jaren na de geboorte is namelijk belangrijk voor de gezondheid van het kind op dat moment en later.’ Dagvoorzitter Inge Tissen opende hiermee de bijeenkomst op 15 oktober in Utrecht. Tissen gaf aan dat er vorig jaar een hele dag over dit onderwerp is georganiseerd door het FrieslandCampina Institute. Toen werd uitgelegd dat ook de foetale periode al van invloed is op de latere gezondheid. De ontwikkeling en groei van het kind in de baarmoeder is net als de voedingstoestand van de moeder tijdens de zwangerschap van invloed op het risico op chronische ziekten op latere leeftijd. Tissen: ‘Tijdens deze regiobijeenkomsten vertalen we de wetenschap, dat jong geleerd oud gedaan is, naar de praktijk. Als zorgprofessional speel je namelijk een belangrijke rol bij het informeren van ouders over gezonde voeding.’ Tissen verwees hiermee naar een onderzoek van Motivaction en het Voedingscentrum onder ruim 600 ouders. ‘Uit het onderzoek blijkt dat 26% van de ouders door het consultatiebureau of een schoolarts geïnformeerd wil worden. De percentages voor wetenschapper, huisarts en diëtist liggen respectievelijk op 11%, 10% en 9%.

Geruststellen

‘Als diëtist geef je niet aan wat goed of fout is, maar onderzoek je de wensen en ideeën van ouders en denk je met ze mee,’ is de opvatting van Kinderdiëtist Nienke Wierdsma. ‘Het is belangrijk dat ouders ontspannen met voeding omgaan en het goede voorbeeld geven. Maar de ultieme route bestaat niet. Er leiden meer wegen naar Rome.’ Wierdsma benadert ouders positief. Wanneer een eetdagboek is ingevuld reageert ze er bijvoorbeeld op door te zeggen ‘Wat leuk dat je er mee bezig bent geweest’ of ‘Ik zie dingen die je goed doet’. Wierdsma: ‘Ik noem dat “Geruststellen+”. Ik prijs de inzet van de ouders, ik orden de informatie door te benoemen wat goed gaat en de zorg of frustratie samen te vatten. Daarnaast sta ik ouders bij met houvast voor ouderlijk coachen en leer ik ze dat kinderen mogen leren eten en niet móeten eten.’ Wierdsma lichtte dit toe aan de hand van neofobie: ‘Neofobie is een bekend fenomeen bij kinderen van ongeveer 2 jaar. Toch weten veel ouders niet dat dit een normaal leeftijdsverschijnsel is waardoor strijd aan tafel ontstaat: Een bord dat leeg moet, een kind dat verplicht enkele happen moet proeven of geen toetje krijgt als de groenten niet gegeten worden. Over smaak valt echter niet te twisten. Kinderen hebben nu eenmaal meer smaakpapillen in hun mond en ervaren smaken veel intenser dan volwassenen. Adviseer ouders de discussie niet teveel aan te gaan, maar kinderen ook gelijk te geven: ‘Het kan dat jij die broccoli niet zo lekker vindt’ of kies voor een gezamenlijke vijand: ‘Wat jammer dat je mond liever nog geen spruitjes proeft’. Sommige kinderen eten daardoor een krappe hoeveelheid groente, maar ook van andere basisvoedingsmiddelen krijgen kinderen soms weinig binnen. De aanbevolen hoeveelheden zijn géén kloppend kasboek. Zie ze meer als een houvast en laat ouders er ook zo mee omgaan.’

Voeding zonder onnodige beperkingen

Niet alleen kinderen weigeren (soms) bepaalde voedingsmiddelen te eten, ook ouders leggen hun kinderen soms voedingsbeperkingen op. Kinderarts Tim de Meij: ‘Het is belangrijk om het probleem van de ouders helder te krijgen. Soms is het al voldoende om uitleg te geven en is interventie niet nodig. Zo kan voor ouders spugen onrust geven. Dan is het belangrijk om uit te leggen dat spugen er vaak bij hoort gedurende het eerste levensjaar en dat dat ook mag. De vraag is wanneer het abnormaal wordt.’ De Meij geeft aan dat niet alle ouders het als gegeven accepteren dat ieder kind wel eens spuugt, buikpijn, diarree of eczeem heeft of hoest. ‘Volgens sommige ouders móét er een oorzaak zijn. Vaak trekken ze de conclusie dat het aan de voeding ligt en dat de klachten dus optreden vanwege een allergie. Ouders gaan dan zelf met de voeding aan de slag en leggen het kind beperkingen op die meestal onnodig blijken te zijn. Dit kan gaan van kwaad tot erger.’ De Meij benadrukte dat een dieet alleen geadviseerd moet worden na gericht onderzoek en niet op basis van eigen experimenten.

Bewegen door het veld van opvoedstijlen

Volgens Opvoedcoach Jan Willem Roseboom is het belangrijk dat ouders begrijpen wat je ze vertelt. ‘Maar daarnaast moet het advies bij ouders én bij hun opvoedstijl passen.’ Om dit toe te lichten besprak Roseboom het model van de 4 opvoedstijlen: autoritair, niet betrokken, permissief en autoritatief. Ouders hebben meestal een stijl die het beste bij ze past. Dit is afhankelijk van de hoeveelheid sturing die ouders hun kind geven en de verbinding die kind en ouder met elkaar hebben. Herken als zorgprofessional de opvoedstijl van ouders en speel hierop in bij je advisering.’ Roseboom lichtte toe dat het echter geen starre indeling is: ‘Ouders bewegen zich tussen de stijlen. Zo kunnen ouders autoritair in de ochtend zijn, zodat kinderen op tijd op school zijn en zijn ze op vrijdagavond permissief omdat dat een gezellige gezinsavond is. Als je werkt met ouders is het belangrijk om begrip te hebben voor het feit dat ouders verschillende stijlen naast elkaar hanteren. En dat de ene opvoedstijl beter bij het ene gezin past dan een andere stijl. Met je begeleiding kun je je dan richten of op verbinding of op sturing. Maar wel altijd met een autoritatieve opvoedstijl als uiteindelijk streven. Dit blijkt namelijk de meest succesvolle opvoedstijl te zijn.’ Hiervoor is het wel belangrijk dat je als zorgverlener eerst goed contact legt met ouders voordat je stappen kunt zetten op het gebied van sturing, vulde een deelnemer aan de workshop in Utrecht aan. ‘Ik vraag bijvoorbeeld vaak aan ouders of ze het prettig vinden als ik over een onderwerp meer uitleg.’ Een goed idee, aldus Roseboom: ‘Als je met meer sturing iets wilt bereiken, is het belangrijk de verbinding niet te verliezen.’

Nudging: een duwtje in de goede richting

Kinderen kun je, met een duwtje in de goede richting, verleiden tot een gezond gedrag. Bij gezondheidsvoorlichting gaat het vaak over voorlichten, feiten en overtuigen, maar bij nudging speel je juist in op het onbewuste keuzegedrag. Nudging expert Evelyne Meynen liet met behulp van foto’s en korte video’s zien hoe dit in zijn werk kan gaan. Zo nam voorheen 12% van de bezoekers aan de bibliotheek in Utrecht de trap naar een andere verdieping. Sinds er lijnen op de vloer zijn getrokken richting de trap, neemt meer dan de helft van de bezoekers de trap. Meynen: ‘Wat ook helpt is de “beste” keuze de standaard maken. Als de standaard tijdens een bijeenkomst een vegetarische maaltijd is en je het door moet geven als je vlees of vis wilt eten, zullen er de meeste vegetarische maaltijden geserveerd worden. Serveer je echter een maaltijd met vlees en moeten mensen het doorgeven als ze vegetarisch willen eten? Dan is het aantal vegetarische maaltijden een stuk lager.’
Als het gaat om het eten van meer groene groenten helpt het om een groen bord te geven. Meynen: ‘Dan scheppen mensen meer op.’ Maar er zijn meer nudgetrucjes: ‘Vraag kinderen niet of ze fruit willen, maar vraag of ze een appel of een banaan lusten. Of nodig een goed etend vriendje uit om te blijven eten. Ook het hebben van een moestuintje helpt kinderen vaak om meer groenten en fruit te eten.’
Volgens Meynen zijn keuzes vaak gebaseerd op gewoontes: ’60 tot 80 procent van onze keuzes wordt bepaald door gewoontes. Kinderen hebben echter nog niet van die gewortelde patronen. Ouders zijn de architect van de omgeving van een kind. Zij kunnen de omgeving zo inrichten dat het kind een duwtje in de goede richting krijgt. En gezondheidsprofessionals kunnen ouders hierbij helpen.’

Het werd tijdens deze avonden maar weer eens duidelijk dat er niet één ultieme route is voor de begeleiding van een gezin. Maar je kunt wel iedere ouder op een passende manier motiveren, zodat kinderen een gezonde voeding krijgen waar ze, ook op latere leeftijd, van profiteren. Verwijs hierbij door of werk samen met andere professionals als jouw kennis en bevoegdheden hierbij niet toereikend zijn. De deelnemers gingen huiswaarts vol inspiratie en met nieuwe ideeën. Bekijk ook de JGZ-richtlijn “Voeding en Eetgedrag”.

Een beeld zegt meer dan 1000 woorden

De Milk Story heeft in samenwerking met Willem Minderhoud de deelnemers van de Regiotour vragen gesteld over o.a. smaakontwikkeling, goede voeding voor kinderen en hoe gezondheidszorgprofessionals de ‘gezonde boodschap’ overbrengen. Deze antwoorden zijn vastgelegd in verschillende tekeningen. Bekijk deze hier.

Algemene informatie

Accreditatie

Accreditatie verleend voor:

  • Gewichtsconsulenten met 2,5 punt (BGN)
  • Diëtisten met 4 punten (ADAP)
  • Jeugdartsen met 4 punten (AbSg)
  • Jeugdverpleegkundigen

Kosten

Dit congres wordt volledig aangeboden door het FrieslandCampina Institute Nederland

Locaties

 Programma

Programma Regiotour_5 avonden

Het programma is tot stand gekomen in samenwerking met SCEM en op advies van de AJN, DCN, NKD, NVD en V&VN Verpleegkundigen Maatschappij & Gezondheid.