Aanbevelingen voor optimale voedingszorg bij ouderen

Tijdens het 40e medische voedingscongres ESPEN op 1-4 september 2018 in Madrid was er volop aandacht voor het belang van goede voeding voor patiënten en ouderen. Een groep wetenschappers presenteerde aanbevelingen voor de beste voedingszorg bij ouderen om ongewenst gewichtsverlies en een verlaagde vochtbalans te voorkomen.

Auto Draft 36Tijdens het 40e ESPEN congres presenteerden wetenschappers onder leiding van Prof. Volkert (Duitsland) een overzicht van aanbevelingen voor de beste voedingszorg bij kwetsbare ouderen en geriatrische patiënten. In dit artikel gaan we verder in op de aanbevelingen voor energie en nutriëntinname voor de behandeling van ondervoeding. Dit zijn de eerste 4 aanbevelingen die worden genoemd in de originele publicatie van Volkert et al (2018).

1. Energie

In zowel gezonde als zieke ouderen is het energieverbruik in rust (REE: Resting Energy Expenditure) 20 kcal/kg lichaamsgewicht/dag. Uitgaande van normale fysieke activiteit waarden van 1,2-1,8 (PAL-waarden) is het totale energieverbruik bij deze groep ouderen 24-36 kcal/kg lichaamsgewicht/dag. Voor oudere personen met ondergewicht (BMI < 21 kg/m²) worden energieaanbevelingen van 32-38 kcal/kg lichaamsgewicht/dag geadviseerd. Uitgaande van deze variabele in energiebehoefte bij ouderen noemt Volkert et al (2018) het volgende uitgangspunt:

Aanbeveling: Uitgangspunt voor de energie-inname bij ouderen is 30 kcal/kg lichaamsgewicht/dag.

Deze hoeveelheid moet individueel worden aangepast kijkende naar voedingsstatus, het niveau van lichamelijke activiteit en de ziektestatus van de oudere.

2. Eiwit

De huidige eiwitaanbeveling voor gezonde volwassenen is 0,8 g/kg lichaamsgewicht/dag. Met toenemende inzichten uit klinisch en epidemiologisch onderzoek wordt gesuggereerd dat deze hoeveelheid eiwit niet voldoende is voor ouderen. Volkert et al (2018) refereert naar aanbevelingen van expertgroepen van 1,0-1,2 g eiwit/kg lichaamsgewicht/dag voor ouderen. Voor oudere patiënten met een acute of chronische ziekte worden dagelijkse hoeveelheden tussen de 1,2-1,5 g eiwit/kg lichaamsgewicht geadviseerd. Volkert et al (2018) geeft daarom de volgende aanbeveling:

Aanbeveling: De eiwitinname bij ouderen moet minstens 1 gram eiwit/kg lichaamsgewicht/dag zijn.

De hoeveelheid moet individueel worden aangepast kijkende naar de voedingsstatus, de fysieke activiteit en de ziektestatus van de oudere.

3. Vezels

Een inname van voldoende vezels is belangrijk voor ouderen. Echter, zoals Volkert et al (2018) stelt, is de inname van vezels is bij deze leeftijdsgroep vaak aan de lage kant. Ook in het geval van enterale voeding adviseert Volkert et al (2018) om vezels toe te dienen, zolang de darmfunctie niet is aangetast. Er worden daarom de volgende aanbeveling gegeven door de wetenschappers:

Aanbeveling: Voor enterale voeding zouden vezelhoudende producten moeten worden gebruikt.

4. Micronutriënten

Voor ouderen gelden dezelfde aanbevelingen voor micronutriënten als voor volwassenen. Echter, volgens Volkert et al (2018) is er minder bekend over de benodigde hoeveelheid nutriënten als het specifiek gaat om ouderen op zeer hoge leeftijd of ouderen die verzwakt of ziek zijn. Doordat er bij ouderen meer gastro-intestinale klachten kunnen voorkomen, kan de opname van vitamine B12, calcium en ijzer als gevolg van een lagere biobeschikbaarheid verminderd zijn (Volkert et al 2018). Dit wordt genoemd als aandachtspunt, maar er zijn verder geen specifieke micronutriënt aanbevelingen beschikbaar voor gezonde ouderen.

Rol van de professional

De aanbevelingen onderstrepen de rol van de voedingsprofessional als dé expert die de best mogelijke voedingszorg biedt. In geriatrische instellingen die acute zorg bieden moet de diëtist deel uitmaken van het geriatrische team om te zorgen dat de component voeding geïntegreerd is in de behandeling van de patiënt.

In de originele publicatie worden in totaal 82 aanbevelingen gegeven, inclusief de wetenschappelijke achtergrond hoe Volkert et al (2018) tot deze aanbevelingen komt. Lees hier de gehele publicatie.

Veranderen lichaamssamenstelling

Bij het ouder worden verandert de lichaamssamenstelling. De vetvrije massa, met name spiermassa neemt af en de vetmassa neemt geleidelijk toe. Dit is een natuurlijk proces, maar kan in sommige situaties leiden tot een hogere mate van kwetsbaarheid. Bij met name ouderen van 80 jaar of ouder kan de toegenomen kwetsbaarheid, in combinatie met comorbiditeit, leiden tot beperkingen in fysieke of mentale functies. Het vermogen om basisactiviteiten zelfstandig uit te voeren, komt in gevaar of gaat verloren. Bovendien kunnen deze kwetsbare ouderen minder goed omgaan met kritische situaties zoals ziekenhuisopnames en het verloop en herstel bij ziekten.

Wat is ESPEN?

De afkorting ESPEN staat voor “European Society for Clinical Nutrition and Metabolism”. ESPEN heeft als doel om de rol van voeding te onderzoeken en de kennis en bevindingen te vertalen naar praktische toepassingen op het gebied van klinische voeding en voeding voor kwetsbare ouderen. Meer informatie.

Referenties

Volkert, D. et al (2018). ESPEN guideline on clinical nutrition and hydration in geriatrics. Clinical Nutrition, 2018. https://doi.org/10.1016/j.clnu.2018.05.024