Beweging bij diabetes type 2

Praktische adviezen voor gezondheidszorgprofessionals

Jan-Willem van Dijk onderzocht de relatie tussen fysieke inspanning en de bloedglucoseregulatie bij mensen met diabetes type 2. Naar aanleiding van zijn onderzoek heeft hij een aantal praktische adviezen voor gezondheidszorg- en sportprofessionals.

“Tijdens mijn promotietraject onderzocht ik hoe fysieke inspanning kan bijdragen aan een betere bloedglucoseregulatie bij mensen met diabetes type 2. Hierbij lag vooral de nadruk op het optimaliseren van inspanningsstrategieën, met als doel een verbeterde glycemische controle. Binnen een serie onderzoeken onderzocht ik of er een effect is van het type beweging, de duur, frequentie en intensiteit van de beweging op de bloedglucoseregulatie”, aldus Jan-Willem van Dijk, onderzoeker en docent aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen bij het Instituut Sport en Bewegingsstudies.

Frequentie en duur

Auto Draft 13“Uit de verschillende onderzoeken bleek dat niet zozeer het type beweging of de intensiteit, maar vooral het totaal volume van de inspanning belangrijk is. Het totaal volume is het product van de frequentie en duur van de beweging. Binnen het totaal volume kunnen de eigenschappen van inspanning aangepast worden op het individu. Spreek bijvoorbeeld met een patiënt af om wekelijks 20 kilometer te voet af te leggen. Het is vervolgens minder belangrijk of dit volume wordt behaald door middel van hardlopen met een hoge intensiteit en korte duur, of sportief wandelen met een lagere intensiteit en langere duur. Bepaal daarnaast in welke frequentie de afstand wordt afgelegd. Bijvoorbeeld door tweemaal 10 kilometer af te leggen (lage frequentie en langere duur) of vijfmaal 4 kilometer (hoge frequentie en kortere duur). Een persoon met een cardiovasculaire aandoening kan bijvoorbeeld de frequentie van de trainingssessies verhogen, maar de duur beperken. Kortom, het totaal volume van de inspanning is van belang en in het beweegadvies kan de frequentie, intensiteit en de duur worden aangepast aan het individu”, vertelt Van Dijk. Is er ook een minimale frequentie bepaald voor het optimale effect van beweging? Van Dijk: “Twee tot drie keer per week een fysieke inspanning leveren lijkt het minimum. Na fysieke inspanning neemt namelijk de insulinegevoeligheid voor gemiddeld 48-72 uur toe. Dit is gunstig voor de bloedglucoseregulatie”.

Combinatie van kracht- en duursport

En maakt het type sport uit? Van Dijk: “Vanuit een traditioneel perspectief werd de nadruk gelegd op duurtraining bij mensen met diabetes. Een duurinspanning is effectief om de insulinegevoeligheid te bevorderen en is ook geassocieerd met gewichtsverlies. De laatste jaren is er meer bewijs dat krachttraining ook effectief is, doordat hierdoor net als bij duurtraining de insulinegevoeligheid toeneemt en de bloedglucose daalt. Bovendien verliezen personen met diabetes type 2 sneller spiermassa. Krachttraining is een mooi middel om dit spierverlies te verminderen. De combinatie van kracht- en duurtraining is daarom het meest effectief”.

Timing van bewegen

“De glucosepieken 1,5 tot 2 uur na het eten van een maaltijd – de postprandiale hyperglykemie –kunnen worden verminderd door beweging. ’s Ochtends een half uur na het ontbijt een kwartier wandelen zou een goed advies kunnen zijn, omdat na het ontbijt de grootste bloedglucosepiek optreedt. Een lunchwandeling of een inspanning na het avondeten is natuurlijk ook mogelijk als dit beter past bij de wensen van het individu”, licht Van Dijk toe.

Van Dijk adviseert gezondheidszorgprofessionals meer nadruk te leggen op dit directe effect van beweging: “In het kader van diabetes ligt vaak de nadruk op het belang van gewichtsverlies door middel van beweging. Naar mijn inzien zijn óók de acute en tijdelijke effecten van beweging, waaronder de verhoogde insulinegevoeligheid en lagere glucosepieken belangrijk om uit te leggen”.

Voeding

Naast voldoende beweging is het vanzelfsprekend dat een gezond en gevarieerd voedingspatroon bijdraagt aan de gezondheid. Onderzoek laat zien dat het eten van een eiwitrijke snack (10-15 gram eiwit) voor het ontbijt de bloedglucosepiek na het ontbijt verlaagd. “Dit komt onder andere doordat eiwit de afgifte van darmhormonen en insuline stimuleert. Op deze manier is het lichaam “voorbereid” op de maaltijd die gaat komen, doordat de insulineproductie al op gang is gekomen. De glucose uit de maaltijd wordt hierdoor sneller opgenomen, wat zorgt voor een lagere bloedglucosepiek na het ontbijt”, legt Van Dijk uit.

Insulinegevoeligheid

Door een hogere insulinegevoeligheid reageren lichaamscellen beter op insuline. Dit verbetert de bloedglucoseregulatie, doordat glucose sneller uit de bloedbaan verdwijnt en als glycogeen in de lichaamscellen direct wordt verbrand of opgeslagen als spierglycogeen.  Hierdoor wordt de ‘glucosepiek’ na het eten van een maaltijd gedempt. Te hoge bloedglucose waarden kunnen op lange termijn leiden tot beschadiging van de bloedvaten.

Advies

Van Dijk benadrukt dat het belangrijk is mensen in de praktijk simpele, praktische en haalbare adviezen te geven die passen bij de wensen van het individu. Want volgens hem is een cruciale vraag: hoe zorg je dat mensen blijven bewegen? “Ik zie hier zelf een belangrijke rol weggelegd voor motiverende tools die bijvoorbeeld aangeven wanneer iemand langdurig stil zit en het tijd is om te bewegen. Of bewegingsmonitoren op de mobiele telefoon die ook de bloedglucose meten. Hierdoor kunnen mensen het directe effect van beweging op de bloedglucose zien. Dit kan extra motiverend werken”.

Jan-Willem van Dijk presenteerde deze inzichten tijdens het congres ‘Sport & Voeding’ op 20 november te Papendal.