Botexperts brengen consensus rapport uit over eiwitinname en botgezondheid

Het is bekend dat eiwit bijdraagt aan de opbouw en het behoud van spieren. Maar is het ook goed voor de botten? Twaalf botexperts brengen een consensus rapport uit waarin de meest recente inzichten over eiwitinname en botgezondheid zijn samengevat. Wat is een van de belangrijkste conclusies? Eiwit draagt bij aan het behoud van de botmassa, mits de calciuminname voldoende is.

Botexperts brengen consensus rapport uit over eiwitinname en botgezondheidEen adequate eiwitinname via de voeding draagt bij aan diverse lichaamsprocessen, waaronder de opbouw en het behoud van spieren en de instandhouding van de botten. De huidige eiwitaanbeveling voor gezonde volwassen is 0,8 gram/kg lichaamsgewicht per dag. Voor ouderen, met name fragiele ouderen, worden wel eens hogere hoeveelheden eiwit gesuggereerd van 1,0-1,2 gram/kg lichaamsgewicht per dag tot 1,2-1,5 gram/kg lichaamsgewicht per dag. (1) Diverse studies in het verleden hebben onderzocht of een hoge(re) eiwitinname ook een mogelijk nadelig effect kan hebben op de botten. Twaalf botexperts hebben deze studies opnieuw bekeken en geanalyseerd. De conclusie die zij trekken? Eiwit draagt bij aan het behoud van de botmassa en is niet nadelig voor de botten, mits de calciuminname voldoende is. Dit geldt ook voor een eiwitinname hoger dan de huidige aanbeveling.


Achtergrond: Zuur-base evenwicht

Er is in het verleden discussie geweest over de zuur-base theorie; er werd gedacht dat vooral eiwitten, maar ook fosfaten in de voeding, het bloed zuurder maken. Het gevolg van een iets lagere zuurgraad zou zijn dat er calcium onttrokken wordt aan de botten in een poging het bloed te neutraliseren. Hoewel wetenschappelijke studies laten zien dat een hogere eiwitinname leidt tot een hogere zuurgraad en een hoger calciumgehalte van de urine, heeft dit geen effect op de totale calciumbalans in het lichaam. Ofwel het verschil tussen de calciuminname via de voeding en de uitscheiding via urine en ontlasting. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat bij een hogere eiwitinname het lichaam ook meer calcium uit de voeding opneemt. De calciumbalans wordt door het lichaam hiermee gereguleerd. Ook meer fosfaat in de voeding heeft geen invloed op de calciumbalans. (2-8)


Rapport

Twaalf botexperts hebben in 2017 de wetenschappelijke literatuur bekeken rondom eiwitinname en botgezondheid. De bevindingen hebben zij samengevat in het recent gepubliceerd consensus rapport: ‘Benefits and safety of dietary protein for bone health—an expert consensus paper endorsed by the European Society for Clinical and Economical Aspects of Osteoporosis, Osteoarthritis, and Musculoskeletal Diseases and by the International Osteoporosis Foundation’. (1)

Conclusie

De botexperts hebben diverse type studies gericht op eiwitinname en botgezondheid besproken in dit rapport, variërend van cohort studies, interventiestudies, systematische reviews en meta-analyses. Op basis hiervan  trekken ze de volgende conclusies (1):

  • Botmineraaldichtheid (BMD: Bone Mineral Density), een belangrijke determinant voor botsterkte, lijkt positief geassocieerd te zijn met eiwitinname via de voeding.
  • Hoewel zuurbelading of een eiwitrijke voeding geassocieerd is met verhoogde calciumuitscheiding in de urine, lijkt een hogere inname van eiwitten, ongeacht de oorsprong (dierlijk of plantaardig), niet bij te dragen aan de ontwikkeling van zwakke botten.
  • Een eiwitinname hoger dan de aanbeveling heeft geen nadelige effecten voor de botgezondheid, met als voorwaarde dat de calciuminname voldoende is.

Professor René Rizzoli over het rapport:

“Een adequate inname van eiwit via de voeding is samen met calcium nodig voor een normale botgroei bij kinderen en draagt bij aan het onderhoud van botten in alle leeftijden. De discussie dat te veel eiwit “zuurbelasting” veroorzaakt en schadelijk is voor de gezondheid van de botten is een mythe. Deze beoordeling van de literatuur bevestigt dat een uitgebalanceerde voeding met voldoende eiwit, ongeacht of het een dierlijke of plantaardige bron betreft, een bijdrage levert aan de botgezondheid wanneer het gepaard gaat met een adequate calciuminname. Dit inzicht is vooral belangrijk voor ouderen met zwakke botten, en personen met ongewenst gewichtsverlies door een acute of chronische ziekte, of personen die herstellen van een ingreep.”

Referenties:

  1. Rizzoli, R. et al (2018). Benefits and safety of dietary protein for bone health—an expert consensus paper endorsed by the European Society for Clinical and Economical Aspects of Osteoporosis, Osteoarthritis & Musculoskeletal Diseases and by the International Osteoporosis Foundation. Osteoporosis International, 2018. doi: 10.1007/s00198-018-4534-5.
  2. Buclin et al (2001). Diets acids and alkalis influence calcium retention in bone. Osteoporos int 2001, 12: 493-499.
  3. Calvez, J. et al (2012). Protein intake, calcium balance and health consequences. European Journal of Clinical Nutrition (2012) 66, 281–295.
  4. Fenton T.R., et al (2009). Meta-analysis of the effect of the acidash hypothesis of osteoporosis on calcium balance. J Bone Miner Res 2009, 24: 1835-1840.
  5. Fenton T.R., et al (2009). Phosphate decreases urine calcium and increases calcium balance: a meta-analysis of the osteoporosis acidash hypothesis. Nutr J 2009, 8: 41.
  6. Fenton, T.R. et al (2011). Casual assessment of dietary acid load and bone disease: a systematic review & meta-analysis applying Hill’s epidemiologic criteria for causality. Nutrition Journal 2011, 10:41
  7. Heaney R.P. and Rafferty K (2001). Carbonated beverages and urinary calcium excretion. Am J Clin Nutr 2001, 74: 343-347.
  8. Spence L.A. et al (2005). The effect of soy protein and isoflavones on calcium metabolism in postmenopausal women: a randomized crossover study. Am J Clin Nutr 2005, 81:916-922.