Congresverslag Jong geleerd is oud gedaan – 1 juli 2016

Nieuwe Richtlijnen goede voeding en Schijf van Vijf

De nieuwe Schijf van Vijf van het Voedingscentrum, gebaseerd op de Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad uit november 2015, is een feit. Meest opvallende veranderingen: dagelijks een portie ongezouten noten (tot 4 jaar als ongezouten notenpasta), elke week een portie peulvruchten en minder vlees. Hoe zijn deze adviezen tot stand gekomen en wat betekent dit voor de praktijk van medewerkers in de jeugdgezondheidszorg? Dit kwam aan bod tijdens het congres “Jong geleerd is oud gedaan – Nieuwe Richtlijnen goede voeding en Schijf van Vijf”. Ruim 300 jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen, (kinder)diëtisten en voedingsconsulenten bezochten dit congres dat op 1 juli 2016 in Corpus te Oegstgeest werd georganiseerd door het FrieslandCampina Institute.

Richtlijnen goede voeding

‘Het uitgangspunt van de Richtlijnen goede voeding is een zo groot mogelijke bescherming tegen tien veel voorkomende chronische- en welvaartsaandoeningen’, vertelde Edith Feskens, hoogleraar Voeding en Gezondheid in de levenscyclus, Wageningen UR. Voedingsonderzoek is complex en het is niet eenvoudig zekerheden te geven, aldus Feskens. Het gebeurt dan ook regelmatig dat er verkeerde conclusies uit onderzoek worden getrokken. Daarom heeft de Gezondheidsraad haar Richtlijnen zoveel mogelijk gebaseerd op reviews en meta-analyses en daarnaast per advies de zwaarte van de bewijslast vermeld.

De oude Richtlijnen goede voeding gingen vooral in op nutriënten, de nieuwe Richtlijnen richten zich meer op voedingsproducten en voedingspatronen. Er zijn adviezen opgesteld voor koffie, thee, brood, zuivel, groenten, vlees, eieren, vis, fruit, etc. Volgens Feskens is dit in de communicatie naar consumenten handiger. ‘Je koopt immers sinaasappels en geen vitamine C.’ Zo is er dus ook voor zuivel – en niet voor calcium – een richtlijn opgesteld door de Gezondheidsraad: dagelijks enkele porties zuivel, waaronder melk of yoghurt. Dit is echter niet uitgesplitst naar volle, halfvolle en magere zuivel. Feskens: ‘Volgens de Richtlijnen is er bewijs dat dagelijks enkele porties zuivel goed zijn voor de gezondheid. De wetenschappelijke aanwijzingen dat halfvolle en magere zuivel beter is, zijn echter te zwak om deze richtlijn verder uit te splitsen.’ Het Voedingscentrum heeft deze uitsplitsing wel gemaakt op basis van de voedingsnorm voor verzadigd vet. Magere en halfvolle zuivel vallen onder de Schijf van Vijf en volle zuivel is ingedeeld bij de weekkeuze.

De Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad zijn niet zomaar door te trekken naar een voedingsadvies voor jonge kinderen. Ze zijn namelijk gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek dat voornamelijk bij volwassenen is gedaan. Het Voedingscentrum heeft de doorvertaling naar jonge kinderen gemaakt op basis van de voedingsnormen voor nutriënten van de Gezondheidsraad. De verwachting is dat de Gezondheidsraad half 2017 de “Richtlijnen goede voeding voor 0 tot 2 jaar” uitbrengt (red.).

Schijf van Vijf

In de nieuwe Schijf van Vijf staan producten die gezondheidswinst opleveren, legt Astrid Postma-Smeets uit. Zij is Expert Voeding en Gezondheid bij het Voedingscentrum. ‘Producten met veel verzadigd vet, transvet, zout, totaal of toegevoegd suiker en weinig vezels vallen buiten de Schijf van Vijf. Dit zijn bijvoorbeeld snoep en snacks, maar ook bewerkt vlees en vleeswaren, suikerhoudende dranken inclusief sappen, geraffineerde graanproducten, boter en harde margarine en braadvetten.

Congres 'Jong geleerd is oud gedaan' 8

Bron: Voedingscentrum, 2016

Dag- en weekkeuzes

Producten die buiten de Schijf van Vijf vallen, de zogenoemde niet-schijfproducten, adviseert het Voedingscentrum niet te vaak en niet te veel te eten. Ze zijn ingedeeld in een dagelijkse en wekelijkse keuze. ‘Voor kinderen hanteren we dat ze 1 tot 5 keer per dag iets kleins buiten de Schijf kunnen nemen, waarbij peuters 1 keer per dag iets buiten de Schijf kunnen kiezen en tieners tot 5 keer per dag’, aldus Postma-Smeets. Veel gangbaar broodbeleg voor kinderen valt buiten de Schijf en is een dagkeuze, zoals (halva)jam, vruchtenhagel, appelstroop, chocoladehagel, komkommersalade en minder vette en minder zoute vleeswaren. Ook is het kaasadvies voor kinderen van 1 tot 3 jaar komen te vervallen. Postma-Smeets liet zien welk broodbeleg wel binnen de Schijf van Vijf past: notenpasta (zonder toegevoegd zout en suiker), zuivelspread, ei, hummus (met minder dan 0,5 g zout), banaan, appel, avocado en groentespread. Postma-Smeets: ‘Daarnaast hebben kinderen de ruimte om 0 tot 3 keer per week iets groters te kiezen, waarbij 0 keer voor de kinderen tot 4 jaar geldt en oudere kinderen tot 3 keer per week iets groters kunnen nemen.’ Onder weekkeuzes vallen bijvoorbeeld een stukje taart, een glaasje vruchtensap of groentesap en een plak 48+ kaas.

Postma-Smeets sloot af door te zeggen dat eten volgens de Schijf van Vijf het ideaalplaatje is. ‘Maar het hoeft niet meteen perfect. Elke stap in de goede richting is goed voor het lichaam!’

Onbewerkt vlees

Het advies om onbewerkt vlees te kiezen is één van de nieuwe adviezen. Brenda Glas, kinderdiëtist/voedingskundige, Consultancy in Kindervoeding: ‘Het Voedingscentrum heeft wat betreft vlees en vleesvervangers een weekadvies opgesteld. Kinderen van 4 tot 8 jaar mogen bijvoorbeeld 5 keer per week een klein stukje vlees, totaal maximaal 250 gram per week. Verder adviseert het Voedingscentrum 1 keer per week vis, 1 keer per week peulvruchten en 2 tot 3 eieren per week. Kinderen die vegetarisch eten, kunnen 2 keer per week peulvruchten nemen, een extra ei en bovenop de dagelijkse aanbeveling van noten nog 2 keer wat extra noten.’

Vocht

Volgens Glas denken ouders meestal dat hun kind goed drinkt. ‘Maar bij doorvragen blijkt dat vaak sap en limonade gegeven wordt.’ Glas adviseert om aan ouders te melden dat suikerhoudende dranken, naast dat deze veel energie en suikers bevatten, ook minder gunstig zijn voor de tandgezondheid. Voorkeursdranken voor kinderen zijn water en thee zonder suiker. Daarnaast tellen de aanbevolen porties zuivel ook mee voor de vochtconsumptie.

Tabel: Aanbevolen hoeveelheden voedingsmiddelen (per dag, tenzij anders vermeld)

Congresverslag Jong geleerd is oud gedaan - 1 juli 2016 1

Bron: Voedingscentrum 2016

Gezond aanbod op school

Marjon Bachra, directeur van Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG), vertelde over het nieuwe JOGG-programma “Gezond aanbod op school”, dat gericht is op schoolkantines van middelbare scholen. Bachra: ‘We hebben nu akkoord van 23 bedrijven die zich gaan inzetten om de schoolkantine en de automaat gezonder te maken volgens de richtlijnen van het Voedingscentrum.’

Een gezonde schoolkantine:

  • heeft voor iedere aangeboden productgroep op z’n minst 1 betere optie;
  • geeft de betere opties een prominentere plaats in de kantine;
  • stimuleert water drinken;
  • frituurt in vloeibaar vet als er gefrituurd wordt;
  • legt de visie rondom deze onderwerpen vast in het beleid of de filosofie van de school, de vereniging of het bedrijf.

JOGG streeft ernaar dat in 2020 25% van de scholen een zogenoemde “Gouden kantine” heeft. Bachra: ‘Deze kantines bieden groente én fruit aan en 80% van het zichtbare aanbod is een betere keuze.’

Opvoedkundige vaardigheden

Hoe krijg je een kind aan de gezonde voeding? Volgens Monique LHoir, psychotherapeut, klinisch pedagoog en senior onderzoeker bij TNO Child Health is het vergroten van opvoedkundige vaardigheden van ouders hiervoor relevant: want jong beginnen met goede eetgewoonten is relevant voor gezondheid op jonge en oudere leeftijd. ‘Hebben ouders een kind aan tafel dat niet wil eten van de avondmaaltijd? Adviseer ze om de sfeer aan tafel neutraal te houden. Laat ze niet over eten maar over andere dingen praten, bijvoorbeeld bij wie ze op visite zijn geweest of welke dieren het kind heeft gezien op de kinderboerderij.’ Niet iedere ouder staat echter open voor eetadviezen. Als ouders weerstand hebben, adviseert L’Hoir adviezen te geven over slaap. ‘Als kinderen kort voor het naar bed gaan nog naar een beeldscherm kijken, maken ze geen of minder melatonine aan en worden ze niet moe. Kinderen die slecht of weinig slapen, hebben vaak meer overgewicht. Adviseer ouders bijvoorbeeld om het kind 60 minuten voor het slapen gaan te laten stoppen met het kijken naar een beeldscherm.’

Bundelen van krachten

Tijdens de paneldiscussie schoven Ingrid Mimpen, kinderdiëtist Voeding & Zo Rotterdam, Kim Bischoff, verpleegkundig specialist JGZ Zorggroep Almere en Riet Haasnoot, stafarts jeugdgezondheidszorg GGD Twente aan. Zij pleitten alle drie voor samenwerking tussen verschillende professionals. Mimpen: ‘Preventie van overgewicht hoort bij de jeugdgezondheidszorg (JGZ). Volgens de richtlijn krijgt de JGZ 3 consulten om bij overgewicht de basis van een gezonde voeding en goede gewoonten te bespreken. Hierbij kun je bijvoorbeeld de map “Praten over gewicht” van het Voedingscentrum gebruiken. Bespreek met ouders wat al goed gaat, maar ook wat je opvalt en welke stappen de ouder met het kind wil maken. Wordt het ingewikkelder of willen ouders meer informatie? Dan is de kinderdiëtist een verlengstuk.’

‘Zorg dat je de onderbouwing van adviezen weet’, adviseerde het panel verder. ‘Dan kun je fabels op een goede manier corrigeren.’ Haasnoot: ‘Wacht niet af tot er een scholing wordt georganiseerd maar duik zelf de literatuur in.’

Praktische adviezen

Tijdens het bespreken van casuïstiek, begeleid door Nienke Wierdsma, gingen deelnemers aan de slag met de opgedane kennis en werd er multidisciplinair naar de opdrachten gekeken. Tips die tijdens de plenaire nabespreking naar voren kwamen: ook al snap je de zorgen van ouders, stel ze gerust. Benoem wat er goed gaat, bijvoorbeeld dat er gevarieerd gegeten wordt en dat de voeding een goede structuur heeft. Zorg voor een positieve bekrachtiging zodat de stress rond de maaltijden afneemt. Maak verbinding door te zeggen dat het inderdaad een lastige situatie is, maar dat je wel adviezen hebt. Geef tips om groente ook bij de lunch of als tussendoortje te geven. Werken ouders veel? Het kan helpen om voor 2 avonden te koken en de helft te bewaren voor drukke (werk)dagen. Voor kinderen is het niet reëel om 20-30 minuten aan tafel te zitten. Splits eventueel het nagerecht van het hoofdgerecht of zet een kookwekker voor 10 minuten zodat het kind weet wanneer het van tafel mag. Gebruik snoep en snacks liever niet om te verwennen. Verwennen kan ook door een kind aandacht te geven en bijvoorbeeld samen een spelletje te spelen. Ook de tip ‘de ouder bepaalt wanneer en wat het kind eet, het kind hoeveel het eet’ kwam langs.

Vol inspiratie

De centrale boodschap van het congres: voor gezondheid later in het leven is het belangrijk al jong goede eetgewoonten aan te leren. Daar ligt een belangrijke taak voor de jeugdgezondheidszorg en (kinder)diëtisten als aanspreekpunt voor ouders en kinderen bij vragen over voeding. De deelnemers keerden aan het einde van de dag huiswaarts vol inspiratie en met nieuwe opgedane kennis. En met handvatten hoe ze deze kennis met hun collega’s kunnen delen. Want immers: de kracht van de herhaling en het ontvangen van dezelfde boodschap over voeding bij alle gezondheidszorgprofessionals zorgt ervoor dat de informatie bij de ouders en kinderen beklijft.