Een duurzamer voedingspatroon: hoe ziet dat eruit?

Om in de toekomst de groeiende wereldbevolking van gezond én duurzaam voedsel te voorzien is verduurzaming van de hele voedselketen nodig, waaronder een duurzamer voedingspatroon. Deze verandering is met name richting consumenten vertaald in de boodschap ‘Eet meer plantaardige en minder dierlijke producten’. Wetenschappelijke gezien kan deze boodschap genuanceerd worden en is vervanging van dierlijke voedingsmiddelen niet altijd zo simpel.

Congres Duurzame voeding 1Door de groeiende wereldbevolking stijgt in de toekomst de vraag naar voedsel (1). De voedselproductie heeft impact op het milieu, door onder andere de uitstoot van broeikasgassen, landgebruik en verlies aan biodiversiteit. Een duurzamere voedselketen van productie tot consumptie wordt daarom steeds belangrijker. Een onderdeel hiervan is een duurzamer voedingspatroon.

Complex

Wetenschappers, beleidsmakers en politici zijn het eens dat een duurzamer voedingspatroon gezond is en alle essentiële voedingstoffen bevat voor het optimaal functioneren van het lichaam. Daarnaast is het belangrijk dat een duurzamer voedingspatroon aansluit bij de cultuur en eetgewoonten, betaalbaar en veilig is en dat de producten op een economisch eerlijke manier zijn geproduceerd (2). Het samenstellen van een gezond voedingspatroon met een lagere milieu impact is complex, zeker als er rekening wordt gehouden met alle bovengenoemde factoren. Zo zijn de meest gezonde voedingspatronen (hoog in voedingsstoffen, laag in energie) geassocieerd met een hogere broeikasgasuitstoot per calorie. Anderzijds is de meest duurzame voeding, niet per definitie de meest gezonde keuze kijkend naar de nutriëntvoorziening (3). Met het schrappen van producten of productgroepen verandert vaak ook de inname van voedingsstoffen, want elk voedingsmiddel draagt in meer of mindere mate bij aan de voedingsstofinname (4). Bij het samenstellen van een duurzamere en gezonde voeding is daarom samenwerking nodig tussen actoren op het gebied van voeding, duurzaamheid, landbouw en economie om zo een balans te vinden tussen ‘Wat is goed voor de mens’ en ‘Wat is goed voor de planeet’.

Eet minder

Hoe zien de eerste stappen naar een duurzamere voeding eruit? De totale voeding onder de loep nemen is het startpunt. Een ‘simpele’ stap is om zo min mogelijk bewerkte voeding, extraatjes als snoep, koek en snacks en dranken als alcohol, frisdrank en vruchtensap te consumeren. Deze producten leveren relatief minder voedingsstoffen en meer energie, en zijn niet perse nodig vanuit gezondheidsoogpunt bezien. Een voedingspatroon zonder of met minder van deze voedingsmiddelen is daarom in het algemeen gezonder en duurzamer Ook is het voorkomen van verspilling, zowel in de productieketen als bij de consument, één van de stappen. (5) In Nederland wordt door de hele voedselketen jaarlijks per persoon tussen de 114 en 157 kilo voedsel verspild (6). Dit komt neer op 47 kilo eetbaar voedsel per huishouden (5).

Modellering

Hoe een duurzamer en gezond voedingspatroon eruit kan zien wordt regelmatig ingeschat via modelleringsonderzoek. Bij dit onderzoek worden rekenmodellen gebruikt om de voeding stap voor stap aan te passen. Indicatoren als gezondheid (hoeveelheid voedingsstoffen), duurzaamheid (broeikasgastuitstoot, landgebruik en energiegebruik) en consumentengedrag (voeding moet acceptabele portiegroottes bevatten en niet te ver van het huidige voedingspatroon afliggen) worden hierin meegenomen. Dit onderzoeksgebied is volop in ontwikkeling en er lopen verschillende onderzoeken. (4)

Duurzame voeding

In recent onderzoek van Kramer et al. (2017) (7) is berekend hoe het voedingspatroon van Nederlanders duurzamer en gezonder kan worden, zonder te ver af te wijken van het huidige voedingspatroon. Binnen dit modelleringonderzoek werd gewerkt met de VCP 2007-2010 consumptiedata en de NEVO voor de voedingsstofsamenstelling van producten. Duurzaamheid werd bepaald aan de hand van Life Cycle Assessment (LCA) onderzoek. Hierin worden onder andere de broeikasgasuitstoot, gebruik van fossiele energie en landgebruik van een product over de gehele productieketen meegenomen. Op dit moment zijn er van ruim 200 producten LCA gegevens beschikbaar, ongeveer 10% van het NEVO bestand.

Als eerste paste Kramer et al. (2017) de VCP data aan zodat de voedingsstofsamenstelling van een gemiddelde daginname meer conform de aanbevolen hoeveelheden was. Daarna werden stap voor stap aanpassingen in de voeding gedaan om de impact op het milieu te verlagen.

Figuur is verkregen uit Kramer et al (2017)

Dit onderzoek van Kramer et al (2017) laat met modellering zien dat het verlagen van de vleesconsumptie, met name rundvlees, de meest effectieve stap is naar een duurzamere voeding. Ook een vermindering van de consumptie van frisdrank, vruchtensap en alcohol levert milieuwinst op. Dit zijn stappen die niet ten koste gaan van de voedingsstofsamenstelling van een voedingspatroon, zorgen voor een verlaging van de milieu-impact met 21-30% en bovendien de minste verandering ten opzichten van het huidige voedingspatroon vragen. Hierin wordt rekening gehouden met de totale consumptiehoeveelheid en de hoeveelheid per portie. Dit model laat ook zien dat de consumptie van melk(producten) en vis ongeveer gelijk kan blijven.

Zuivel

Wat is hiervan de reden? De productie van vlees, zuivel en eieren heeft een hogere milieu-impact dan de productie van bijvoorbeeld granen, groenten en fruit. Bij de dierlijke productie wordt plantaardig materiaal omgezet en hierbij gaat ‘energie’ verloren. Hierdoor scoren dierlijke producten gemiddeld slechter op uitputting van fossiele en natuurlijke hulpbronnen (o.a. landgebruik) en broeikasgasuitstoot. (8) Echter, zuivel levert binnen het Nederlandse voedingspatroon van nature een bijdrage aan de dagelijkse inname van eiwit, vitamine B2 (39%), vitamine B12 (38%), calcium (58%), fosfor (32%), kalium (17%), magnesium (15%) en zink (23%)(9). Door deze bijdrage aan essentiële voedingsstoffen heeft verlaging van zuivel niet tot nauwelijks effect op de milieu-impact van de voeding. Immers: bij gelijk houden van de voedingsstofinname dient de consumptie van andere producten te worden verhoogd om de voedingsstoffen uit zuivel te compenseren. Kaas is hierin een uitzondering. Kaas heeft binnen de zuivelcategorie per 100 gram een hogere impact op de CO2-uitstoot dan bijvoorbeeld 100 milliliter melk, omdat voor het maken van 1 kilo kaas ongeveer 10 liter melk nodig is. Per consumptieportie van een glas melk (150 ml) of een portie kaas (20 gram), wordt het verschil in impact echter kleiner (10).

Conclusie

  • Duurzame voeding is een onderzoeksveld in ontwikkeling. Er zijn verschillende manieren om te komen tot een duurzamere voeding die voldoende voedingsstoffen levert.
  • Een duurzamer en gezond voedingspatroon samenstellen is complex. Het simpelweg vervangen van productgroepen kan de milieu-impact verlagen, maar heeft ook effect op de inname van voedingsstoffen. Minder bewerkt voedsel en minder verspilling zijn duurzame en gezonde stappen, net als het minderen van de consumptie van vlees, alcohol en dranken. Dit vraagt tevens de minste verandering van de consument.
  • Melk en andere zuivelproducten worden wereldwijd erkend als belangrijke leverancier van voedingsstoffen en passend binnen een duurzame voeding (11).

Dit artikel is ook verschenen in de Voeding Nu; nr 5; september 2018

Lees meer:

Referenties

  1. FAO (2009). High Level Expert Form, How to feed the world 2050, Rome 12-13 October 2009.
  2. FAO (2012). Sustainable Diets and Biodiversity, directions and solutions for policy, research and action, 2012
  3. Drewnowski (2014). Healthy diets for a healthy planet AJCN. First published ahead of print April 30, 2014 as doi: 10.3945/ajcn.114.088542.
  4. Mertens et al (2016). Operationalising the health aspects of sustainable diets: a review. Public Health Nutrition. doi:10.1017/S1368980016002664
  5. Ocké et al (2017). Wat ligt er op ons bord? Veilig, gezond en duurzaam eten in Nederland. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Bilthoven, 2017.
  6. Soethoudt et al (2016). Monitor Voedselverspilling. Update 2009-2014. Wageningen UR, Wageningen.
  7. Kramer et al (2017). Decreasing the overall environmental impact of the Dutch diet: how to find healthy and sustainable diets with limited changes. Public Health Nutrition: 20(9), 1699-1709.
  8. De Bosatlas van het voedsel, Hoofdstuk: Effect op klimaat en ecosysteem, 2014.
  9. Rossum, van, et al. (2011). Voedselconsumptiepeiling 2007-2010 (2011). Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Bilthoven, 2011.
  10. Broekema, G. Kramer, LCA of Dutch semi- skimmed milk and semi- mature cheese, October 2014
  11. FAO (2013). Milk and dairy products in human nutrition, 2013