Eetgedrag en smaakontwikkeling van kinderen

Interview met Kees de Graaf

Wanneer start de smaakontwikkeling van kinderen? Welke factoren bepalen vooral het eetgedrag van kinderen? En is dit gedrag aangeboren of aangeleerd? We vroegen het Kees de Graaf, Hoogleraar Sensoriek en Eetgedrag aan de Wageningen Universiteit. Tevens is hij spreker op het congres ‘Jong geleerd is oud gedaan’ op 3 oktober.

Smaakontwikkeling start in baarmoeder

‘De smaakontwikkeling start al voor de geboorte en gaat verder tijdens de lactatieperiode’, aldus Kees de Graaf. ‘De eerste twee levensjaren zijn vooral belangrijk voor de smaakontwikkeling, want vanaf ongeveer 1,5 jaar oud worden kinderen vaak moeilijke eters en willen ze minder proevEetgedrag en smaakontwikkeling van kinderenen. De oorzaak hiervan is niet precies bekend, maar ik denk zelf dat dit te maken heeft met de ontwikkeling van het zelfbewustzijn van kinderen op deze leeftijd. Ook leren kinderen vanaf deze leeftijd lopen en zijn ze daarom minder afhankelijk van hun ouders.’ Dit is eenhypothese om het moeilijkere eetgedrag bij deze leeftijd te verklaren, benadrukt Kees de Graaf.

Aangeboren of aangeleerd

Kinderen hebben wereldwijd een aangeboren voorkeur voor zoet en een afkeur voor bitter, legt Kees de Graaf uit. ‘Wanneer kinderen ouder worden verminderd de voorkeur voor zoet. Omdat de smaakvoorkeur en het eetgedrag hand in hand gaan, krijgen kinderen daarom ook voorkeur voor voedingsmiddelen die minder zoet zijn. De voedselkeuze is afhankelijk van de voedselvoorkeur en de smaakvoorkeur. Vermoedelijk hebben kinderen wereldwijd dezelfde smaakvoorkeuren, maar het eetpatroon is overal verschillend. Zo eten kinderen in Nederland andere voedingsmiddelen dan kinderen in India, doordat ze van jongs af aan andere voedingsmiddelen krijgen aangeboden. Wat je aanbiedt, wordt de voorkeur. Het principe van conditioneren’.

Advies voor ouders

‘Gezondheidszorgprofessionals kunnen ouders adviseren voedingsmiddelen als groente geregeld aan te bieden. Kinderen moeten iets herhaald proeven. Het is bekend dat geregeld (5 – 10 keer) blootstellen van bijvoorbeeld groente effect heeft op korte en middellange termijn van een paar maanden. Toch zou ik graag nog willen onderzoeken hoe lang en hoe vaak je kinderen moet blootstellen aan een voedingsmiddel zodat ze ook na een paar jaar nog een hogere voorkeur voor het voedingsmiddel hebben. Je zou kinderen dan een lange tijd moeten volgen. Dit is lastig’.

Naast geregeld laten proeven is variatie belangrijk, aldus Kees de Graaf. Hij adviseert ook voedingsmiddelen op andere eetmomenten dan de avondmaaltijd aan te bieden. ‘Worteltjes en doperwtjes zijn wat zoetere groenten en kinderen vinden deze vaak lekkerder. De overstap naar andere groenten wordt dan makkelijker. Ook is het als ouder belangrijk niet op te dringen. Kinderen krijgen dan een negatieve associatie met het voedingsmiddel. Bovendien imiteren kinderen het gedrag van hun ouders. Adviseer ouders daarom het goede voorbeeld te geven’.

Kees de Graaf gaf ook een presentatie tijdens het Congres ‘Jong geleerd is oud gedaan’ op 3 oktober 2014. Lees hier het verslag
.