Europees onderzoek naar verbetering voedingspatroon ouderen

Interview met Agens Berendsen

Met een steeds ouder wordende Europese bevolking is het relevant om te weten welke voedingsinterventies effectief zijn bij 65-plussers. Onderzoek van Wageningen University & Research laat zien dat ouderen nog heel goed hun eetpatroon kunnen verbeteren. De begeleiding van een diëtist is hierbij essentieel. Het FrieslandCampina Institute sprak Agnes Berendsen over het onderzoek. NIEUW: Brochure goede voeding voor ouderen 1

Een gevarieerde en gezonde voeding draagt bij aan een gezond lichaam en kan de gezondheid ook op latere leeftijd beïnvloeden. Met een steeds ouder wordende bevolking is het daarom relevant om te weten welke voedingsinterventies effectief zijn. In een grote Europese studie, de NU-AGE studie, wordt onderzocht hoe een voedingspatroon speciaal voor 65-plussers het verouderingsproces op een positieve manier kan beïnvloeden. Hiervoor worden ruim 1250 ouderen een jaar lang gevolgd. Het onderzoek is nog in volle gang, maar de tussenrapportage laat al interessante resultaten zien. Agnes Berendsen, onderzoeker bij Wageningen University & Research vertelt er meer over: “In het onderzoek volgen we gezonde ouderen tussen de 65-79 jaar en onderzoeken we in hoeverre ouderen hun voedingspatroon kunnen aanpassen en wat hier de gezondheidseffecten van zijn. Hiervoor werden twee groepen voor een jaar lang met elkaar vergeleken. De controle groep – bestaande uit 625 ouderen – kreeg een brochure uitgereikt met informatie over een gezond voedingspatroon. De interventiegroep met 625 ouderen kreeg adviezen over een voedingspatroon dat specifiek was ontwikkeld voor 65-plussers, werd begeleid door een diëtist, kreeg voedingsmiddelen én een vitamine supplement. Met een maandelijks consult werd onder begeleiding stap voor stap het voedingspatroon verbeterd”. In dit onderzoek doen ouderen uit Nederland, Frankrijk, Polen, het Verenigd Koninkrijk en Italië mee. Uit Nederland deden er in totaal 252 ouderen mee, waarvan er 123 in de interventiegroep waren ingedeeld.

Verbetering

“Het voedingspatroon van de ouderen die begeleiding van een diëtist kregen is significant verbeterd in alle landen. Deze ouderen aten behoorlijk meer groente, fruit, halfvolle zuivel, 30+ kaas, noten en zaden, eieren, graanproducten en peulvruchten dan de ouderen in de controlegroep Europees onderzoek naar verbetering voedingspatroon ouderendie niet door een diëtist werden begeleid. Ook is de vochtinname gestegen, net als het gebruik van een vitamine D supplement”, aldus Berendsen.

Berendsen: “Het verraste ons dat we met de voedingsinterventie de voeding van ouderen nog heel goed konden veranderen”.

Voor zuivel is te zien dat de ouderen in de interventiegroep meer halfvolle of magere zuivel zijn gaan eten en drinken. Dit geldt voor alle landen, met als uitzondering het Verenigd Koninkrijk. Vooral in Nederland en Polen zijn de ouderen meer 30+ kaas gaan eten in de interventiegroep in vergelijking met de controlegroep. In vervolgonderzoek bekijkt Berendsen of deze ‘gezonde’ verandering* in het voedingspatroon ook terug te zien is in gezondheidsuitkomsten als fysiek en cognitief functioneren.

*verandering richting de nationale voedingsrichtlijnen

Nooit te oud

“De algemene gedachte is dat ouderen een vast voedingspatroon hebben en verandering daarom moeilijk is. Ik vond het verrassend om te zien dat de voeding van ouderen nog heel goed te veranderen is”, vertelt Berendsen enthousiast. Voor dit onderzoek hadden de ouderen zichzelf aangemeld en wordt er daarom aangenomen dat het om een gemotiveerde groep gaat die open staat voor aanpassingen in de voeding. Of deze goede resultaten ook altijd gelden voor de gehele populatie is daarom niet zeker. Maar dit onderzoek ziet er veelbelovend uit en volgens Berendsen is er zeker een succesfactor. Op het begin en na afloop van de studie werd onder andere het gewicht, BMI en diverse bloedwaarden van alle ouderen gemeten. Veel ouderen wilden deze waarden verbeteren en dit motiveerde hen om gezonder te gaan eten. En natuurlijk helpt de motiverende rol van de diëtist.

Voedingsstofinname Nederland

De Nederlandse resultaten van de NU-AGE studie onderzocht Berendsen uitvoerig*. Dit onderzoek richtte zich op de bijdrage van (verrijkte) voedingsmiddelen en voedingssupplementen op de inname van vitamine D, selenium en vitamine B6 van ouderen in Nederland. Deze nutriënten zijn uitgelicht, omdat de inname van deze nutriënten aan de lage kant bleek in deze groep van ouderen. In deze studie waren 252 ouderen geïncludeerd tussen de 65 tot 80 jaar (gemiddeld 71 jaar). De voedingsinname werd bepaald door de consumptie van 7 achtereenvolgende dagen na te vragen. De inname van supplementen werd apart nagevraagd. De resultaten laten zien dat er voor vitamine D, selenium en vitamine B6 binnen de totale onderzoeksgroep lagere innamen zijn dan de aanbeveling. Al waren er op individueel niveau aanzienlijke verschillen in inname. Voor 87% van de onderzoeksgroep voldeed de voeding, inclusief verrijkte voedingsmiddelen en supplementen niet aan de vitamine D aanbeveling. De inname was 6,0 ± 6,6 mcg (aanbeveling = 10 mcg). De inname van selenium was met 53,9 ± 33,8 mcg voldoende, maar bij 36% van de ouderen was de inname onder de aanbeveling (aanbeveling = 40 mcg). De inname van vitamine B6 was met 2,8 ± 5,7 mg (aanbeveling = 1,3 mg) voldoende, maar bij 20% van de ouderen was de inname onder de aanbeveling. Op basis van deze resultaten concluderen de onderzoekers dat vooral de vitamine D inname een punt van aandacht is bij ouderen.

Vis is in dit onderzoek de belangrijkste voedingsbron van vitamine D (50%) en selenium (23%). Vlees en gevogelte (met name kip) was binnen de voeding van de ouderen een belangrijke bron voor zowel vitamine D (10%), B6 (15%) als selenium (17%). Melk en melkproducten droegen in dit onderzoek kleine hoeveelheden bij aan de inname van vitamine B6 (7%), selenium (6%) en vitamine D (2%). De kaasconsumptie droeg binnen de gehele voeding vooral bij aan de inname van selenium (7%). Kijkend naar alle micronutriënten droeg zuivel voor ongeveer 4-13% bij aan de totale micronutriënten inname binnen de gehele voeding.

FIGUUR Bijdrage van (verrijkte) voedingsmiddelen en voedingssupplementen op de inname van vitamine D, B6 en selenium.

Europees onderzoek naar verbetering voedingspatroon ouderen 1

Bron: Berendsen et al (2016).

“Opvallend is dat in de onderzoeksgroep de inname van supplementen een stuk hoger is dan de ‘gemiddelde oudere’ zoals je kunt terugvinden in de Voedselconsumptie Peiling van het RIVM. Dit komt waarschijnlijk omdat onze onderzoeksgroep gezondheidsbewuster is, wat te herleiden is uit het opleidingsniveau, BMI en het lage percentage dat ooit gerookt heeft”. Volgens Berendsen is het voor diëtisten goed om te weten dat de inname van vitamine D voor maar een deel uit de gewone voeding komt (42%). Supplementen dragen bovendien voor 41% bij aan de vitamine D inname en verrijkte voeding voor 17%. Verrijkte voedingsmiddelen kunnen een makkelijke manier zijn om de inname te verhogen als dit nodig is, maar ook de inname via de ‘gewone’ voeding blijft belangrijk.

* Deze studie is onderdeel van een onderzoeksproject binnen ILSI (International Life Sciences Institute). ILSI is een wereldwijde organisatie die onderzoek faciliteert waarbij bedrijven, universiteiten en overheden met elkaar samenwerken.

Meer lezen

  • NU-Age onderzoek: http://www.nu-age.eu/home
  • Berendsen et al (2014). Reprint of: A parallel randomized trial on the effect of a healthful diet on inflammageing and its consequences in European elderly people: Design of the NU-AGE dietary intervention study. Mechanisms of Ageing and Development, Volumes 136–137; 14-17.
  • Berendsen et al (2016). Conventional foods, followed by dietary supplements and fortified foods, are the key sources of vitamin D, vitamin B6, and selenium intake in Dutch participants of the NU-AGE study. Nutrition Research, 2016; http://dx.doi.org/10.1016/j.nutres.2016.05.007.