Gezonde nutriëntensamenstelling van duurzame voeding vraagt om inzicht

Verslag congres Duurzame voeding 19 juni 2018

De wereldbevolking groeit snel, maar onze natuurlijke hulpbronnen zijn eindig. We moeten er dus zorgvuldiger mee omgaan. Hoe doen we dat? Door simpelweg minder dierlijk en meer plantaardig te eten? De boodschap ligt een stuk genuanceerder, zo bleek tijdens het congres Duurzame voeding van het FrieslandCampina Institute dat op 19 juni 2018 in Utrecht werd gehouden.

Gezonde nutriëntensamenstelling van duurzame voeding vraagt om inzicht 10

Diverse deskundigen bespraken onder leiding van dagvoorzitter prof. dr. Frans Kok de wetenschappelijke ontwikkelingen, de mogelijke aanpassingen in de voeding en de percepties van voedingsprofessionals en consumenten over dit onderwerp. De overweldigende belangstelling voor dit congres (ruim 300 aanwezigen en een wachtlijst) maakt in ieder geval duidelijk dat een duurzaam voedingsadvies een hot topic is.

Definitie: Een duurzaam en gezond voedingspatroon is een voeding met voldoende nutriënten en energie en een lage impact op het milieu die ook betaalbaar, beschikbaar, passend bij de cultuur en veilig is en waarbij sprake is van eerlijke handel (FAO, 2010)

‘Gezond alleen is niet meer genoeg’, zei prof. dr. ir. Pieter van ’t Veer, professor Nutrition, Public Health, and Sustainability aan Wageningen University & Research (WUR). ‘We moeten in ons voedingspatroon serieus meer aandacht besteden aan de relatie met het milieu. Doorgaan met de voedselconsumptie op de huidige manier, leidt tot het overschrijden van de grenzen van de aarde.’ Maar wijzigingen aanbrengen in het huidige voedselsysteem is niet eenvoudig volgens Van ‘t Veer. ‘Er zijn vele elementen om rekening mee te houden in een duurzame voeding. Aan de ene kant hebben de biofysische grenzen van de aarde aan de andere kant moet de voeding gezond, betaalbaar, betrouwbaar, smakelijk en gemakkelijk te eten zijn.’ Daartussenin is ruimte voor een voedingspatroon dat wij het SHARP-diet hebben genoemd: Sustainable, Healthy, Affordable, Reliable en Preferable.

Nutriëntenvoorziening

Gezonde nutriëntensamenstelling van duurzame voeding vraagt om inzicht

De voedselproductie zorgt wereldwijd voor een hoge CO2-productie. Het volledig vervangen van dierlijke producten zou dus een enorme positieve invloed kunnen hebben op het milieu. Van ’t Veer: ‘Maar berekeningen laten zien dat dit grote gevolgen heeft voor de nutriëntenvoorziening. De inname van calcium, ijzer, zink en essentiële aminozuren, met name methionine, daalt. En een adequate vitamine B12 voorziening blijkt onmogelijk.’ Maar er zijn ook positieve effecten van een stijging in gebruik van groente, fruit en graanproducten, zoals een toename van de vezelinname en een daling van de verzadigd vetinname.

Ook is er niet alleen een voedingskundige keerzijde. ‘De smaak wordt saaier’, stelde Van ‘t Veer. ‘Bij een verschuiving naar minder dierlijk en meer plantaardig, gaat de smaak van hartig en bitter naar meer neutraal. Een verschuiving van de huidige 60% dierlijk eiwit naar 40% dierlijk eiwit wordt volgens Van ’t Veer voorgesteld als beste optie.

Definitie duurzame voeding

In tegenstelling tot wat men zou denken is duurzame voeding geen nieuw onderwerp. ‘Al in 1987 werd het begrip geïntroduceerd’, vertelde dr. Hans Dagevos, senior onderzoeker WUR. ‘Sindsdien zijn er vele definities van het begrip duurzame voeding gegeven, van heel breed in termen van economie en beleid tot heel specifiek in termen van voedselafdruk, landgebruik en broeikaseffect.’ De meest gangbare definitie is die van de FAO (zie kader).

‘Als het over duurzaamheid gaat, is er sprake van zwakke duurzaamheid en sterke duurzaamheid’, legde Dagevos uit. Zwakke duurzaamheid zijn bijvoorbeeld aanpassingen die een fabrikant doorvoert in een product of de productie ervan; als consument hoeft men hier niets aan te doen en vraagt het geen radicale omslag van de leefstijl. Sterke duurzaamheid zijn aanpassingen in de consumptiestijl zoals soberder leven, minder verspillen of vegetarisch gaan eten. Van sterke duurzaamheid ziet men de laatste tijd steeds meer voorbeelden zoals minimalisme en tiny-housing.

Consument heeft sturing nodig

Het is volgens Dagevos overigens niet zo dat een duurzame voeding per definitie een duurzame leefstijl betekent. Er zijn namelijk meer aspecten die invloed hebben op het milieu dan alleen de voeding. Denk aan veganistisch eten maar wel een vliegreis maken. Ook wordt er volgens Dagevos vaak ten onrechte gedacht dat gezondheidsbewuste consumenten automatisch ook altijd geïnteresseerd zijn in duurzaamheid. Internationaal onderzoek maakt duidelijk dat er bij veel consumenten überhaupt nog weinig besef is dat hun voedselkeuze iets met het milieu te maken heeft. Volgens Dagevos hebben consumenten sturing nodig om ze op de eerste plaats duidelijk te maken dat ze met hun voedselkeuze invloed hebben op het milieu. Daarna is een advies op zijn plaats hoe de duurzame keuze op een gezonde manier gemaakt kan worden.

Duurzaamheid en de Schijf van Vijf

‘Een van de dingen die we kunnen doen om de druk op het voedselsysteem te verminderen is het terugdringen van verspilling’, zei dr. ir. Corné van Dooren, expert duurzaam eten van het Voedingscentrum. ’Een derde van het beschikbare voedsel gaat op dit moment nog verloren.’ Het Voedingscentrum heeft daarom verschillende campagnes en tools gericht op het terugdringen van verspilling.

Maar ook de transitie naar een meer duurzame voedselkeuze wordt door het Voedingscentrum ondersteund. ‘Een kwart tot een derde van onze totale CO2 voetafdruk komt van voedsel’, legde Van Dooren uit. ‘Daarbij komt bijvoorbeeld 31% voor rekening van rood vlees, 18% voor rekening van zuivel, 13% van dranken zoals koffie, bier, wijn,  frisdrank en vruchtensappen. Als we iets willen veranderen is het logisch om naar de consumptie van die producten te kijken.’ Bij eten volgens de Schijf van Vijf daalt, met name bij mannen, de CO2 voedselafdruk vergeleken met de voedselconsumptie volgens de Voedselconsumptiepeiling. Maakt men daarbij binnen de productgroepen een meer duurzame keuze, dan daalt de broeikasgasemissie verder. Bij duurzamere keuzes kan men denken aan groenten en fruit uit de regio en van het seizoen, wit vlees (kip) in plaats van rood vlees en water in plaats van koffie, frisdrank of vruchtensap.

‘Bij het maken van de nieuwe Schijf van Vijf in 2016 is er al rekening gehouden met duurzaamheid’, lichte Van Dooren toe. Er zijn 7 regels voor duurzaam eten opgesteld (zie kader). Van Dooren: ‘Niet alleen vanwege gezondheidsredenen, maar ook vanwege duurzaamheid is er gekozen voor maximaal 500 gram vlees per week en wordt rood vlees niet meer afgebeeld in het eiwitvak.’ Ook is het nieuwe advies om 1 keer per week in plaats van 2 keer per week vis te eten . En er worden meer producten met plantaardige eiwitten aangeraden zoals 1 keer per week peulvruchten en elke dag een handje noten. De zuivelconsumptie is op huidig niveau gebleven, wat voor volwassenen 2-3 porties zuivel en 40 gram kaas betekent. ‘In de verdere communicatie en campagnes is dit ook terug te vinden’, aldus Van Dooren. Zo zijn er tools voor het rekening houden met dierenwelzijn of het meten van de voetafdruk van de persoonlijke voedselkeuze.


Voedingscentrum: 7 regels voor duurzaam eten

  1. Verspil zo min mogelijk voedsel, door op maat te kopen en te koken.
  2. Eet minder rood en bewerkt vlees. Neem in plaats daarvan peulvruchten, ongezouten noten en een keer duurzame vis.
  3. Neem niet meer zuivel dan je nodig hebt.
  4. Eet niet meer dan je nodig hebt. Laat vooral producten van buiten de Schijf van vijf staan, zoals snacks.
  5. Drink zo min mogelijk suikerhoudende dranken en alcohol en kies voor kraanwater, thee en/of koffie.
  6. Eet voldoende volkoren graanproducten, groente en fruit.
  7. Kies milieuvriendelijke groente- en fruitsoorten door te letten op de herkomst en het seizoen.

Veel van de duurzamere keuzes zijn ook gezondere keuzes.


Duurzame productie van zuivel

De zuivelsector is wat betreft verduurzaming al een heel eind op weg. Dat werd duidelijk door de presentatie van Bregje van Erve, Manager duurzame zuivelketen van de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO). ‘De sector wil klimaatneutraal ontwikkelen, het dierenwelzijn verbeteren, de weidegang bevorderen en de biodiversiteit en het milieu behouden, aldus Van Erve. Ze maakte duidelijk dat hiervoor een pakket aan innovaties en hulpmiddelen beschikbaar is waarmee de boer kennis krijgt, gestimuleerd en ontzorgd wordt. Ook is er een aantal niet vrijblijvende maatregelen, dat bij overtreding boetes oplevert. Er vindt monitoring plaats door de WUR en de doelstellingen worden steeds verder aangescherpt. Van Erve: ‘Wat betreft energie-efficiënte zijn de doelstellingen van 2020 al gehaald, maar de ontwikkelingen gaan door. Zo vindt er op steeds meer bedrijven energieopwekking plaats met zonnepanelen of windmolens. Daarnaast wordt  ook energieproductie uit mestvergisting vaker toegepast. Dat scheelt meteen ook in de uitstoot van andere broeikasgassen.’

Dierenwelzijn gaat bijvoorbeeld over antibioticagebruik. Dat is al tot de helft teruggedrongen en het preventief geven van antibiotica is verboden. Van Erve: ‘Daarop zit een strenge controle met sancties, dus een boer houdt zich hier aan.’ Ook werkt men aan de levensduur van een koe. Hoe gezonder een koe is, hoe langer deze leeft en hoe langer deze melk kan geven. Dat is ook beter voor het klimaat. Van Erve: ‘Er wordt ook onderzoek gedaan naar hoe de melkproductie van de koe zo lang mogelijk in stand blijft. Want dan zijn er uiteindelijk minder kalveren nodig.’

Op dit moment hebben 4 op de 5 boeren in Nederland de weidegang (weer) ingesteld. Dit betekent dat de koeien minstens 120 dagen per jaar minimaal 6 uur per dag in de wei staan. ‘Dit is een maatschappelijke vraag,’ legt Van Erve uit. ’Mensen zien graag koeien in de wei. Dit past in het landschapsbeeld van Nederland en het draagt bij aan een beter beeld van het boerenbedrijf.’

De werkelijke impact

Dat een duurzamer voedingspatroon genuanceerder ligt dan meer plantaardig en minder dierlijk liet diëtist Lionel van Est van Nutrisoft zien. Hij presenteerde het Optimeal® model waarmee het effect van productgroepen op het milieu kunnen worden getoond. In het model wordt rekening gehouden met de nutriëntenvoorziening. Deze moet optimaal blijven en zo dicht mogelijk bij het gebruikelijke voedingspatroon van de consument liggen. Van Est: ‘Berekeningen in het programma Optimeal® laten het effect zien op de milieudruk van veranderingen in de nutriëntbronnen van een voedingspatroon. Als vlees wordt geschrapt, moeten de nutriënten die vlees levert uit andere voedingsmiddelen komen. En ook die producten hebben een milieudruk’. Van circa 200 producten is de totale milieudruk ‘Life Cycle Analysis’ (LCA) beschikbaar en deze producten zijn daarom meegenomen in het rekenprogramma. Met behulp van deze 200 producten is een volwaardige voeding samengesteld, die past bij het gemiddelde eetpatroon van een Nederlander. ‘Het model laat zien dat de boodschap niet zo simpel is als je zou verwachten. Verlagen van rundvlees laat duidelijk een gunstig effect op de CO2-uitstoot en landgebruik zien. Het verminderen of vermeerderen van zuivel heeft echter weinig invloed op de duurzaamheidsparameters. Wat wel helpt is niet meer eten dan nodig en kiezen voor lokale producten ten opzichte van exotisch keuzes.’ Wie meer wil weten over het programma en de berekeningen: er is een artikel over verschenen in VoedingMagazine.

De diëtist en het duurzame voedingsadvies

Diëtisten vinden duurzaamheid een belangrijk onderwerp in de voedingsadvisering en ze verwachten dat dit een grotere rol gaat spelen bij het opstellen van adviezen in de toekomst. Dat blijkt uit de cijfers die Anja Evers, directeur van de Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD) presenteerde. De NVD heeft in samenwerking met FrieslandCampina Institute een onderzoek over duurzame voeding gedaan onder NVD-leden. Evers: ‘De respons lag op 133 leden. Uit de uitkomsten blijkt dat diëtisten bij een duurzame voeding vooral denken aan de milieu-impact van de voeding. Aspecten als betaalbaarheid, veiligheid, voldoende voedingstoffen en een goede prijs voor de boeren   zien zij nauwelijks als onderdeel van duurzaamheid. Voor hun eigen voeding hebben ze duurzaamheid hoog in het vaandel staan. Op dit moment speelt al bij 40% duurzaamheid een rol bij het opstellen van een dieet- of voedingsadvies. Nog eens een kleine 40% doet dit nog niet.’

Duurzaamheid is actueel

Uit de paneldiscussie aan het einde van het congres bleek duidelijk dat duurzaamheid een hot item is, maar dat een grote groep voedingsprofessionals zich nog niet geroepen voelt er ook daadwerkelijk iets mee te gaan doen. Anja Evers, een van de panelleden, stelde dat diëtisten zeker al kunnen beginnen met het geven van een duurzaam voedingsadvies. ‘We weten als beroepsgroep sowieso meer dan de gemiddelde consument en kunnen gebruik maken van de 7 regels van het Voedingscentrum.’ ‘Natuurlijk is er een verschil tussen de eerste en tweede lijn, vulde panellid en diëtist Elly Kaldenberg aan. ‘In de tweede lijn zijn voedingsproblemen over het algemeen veel acuter en schuift duurzaamheid om deze reden naar een vaak tweede plaats, maar ook dan kun je nog steeds rekening houden met duurzaamheid alleen dan wel op een ander level.’ ‘Het is en blijft maatwerk, ook als het gaat om een duurzaam voedingsadvies’, aldus Evers. ‘En dat is nu juist waar een diëtist zo goed in is.’

Panellid Fraukje Rosier, docent hogeschool Arnhem Nijmegen: ‘Een feit is dat de diëtist een verschil kan maken, want juist de diëtist heeft een gesprek over voeding en dus de kans iets met duurzaamheid te doen.’

Meer lezen