Het mucosale immuunsysteem en voeding: wat kunnen we leren?

Interview met Joost van Neerven

Auto Draft 5

Dat er een verband is tussen voeding en de immuniteit van het darmsysteem klinkt logisch. Voedsel ‘eindigt’ immers in de darmen. Maar voeding heeft ook een effect op het immuunsysteem van de bovenste luchtwegen. Het FrieslandCampina Institute vroeg Joost van Neerven, buitengewoon hoogleraar mucosale immuniteit en onderzoeker bij FrieslandCampina om uitleg.

‘In verschillende studies lijkt er een interactie te zijn tussen voeding en het immuunsysteem van de bovenste luchtwegen. Hier zou je in eerste instantie niet aan denken, maar kijkend naar de anatomie en fysiologie van het lichaam is dit niet zo vreemd. Achter in de keel zitten de amandelen die zowel in contact staan met de neus- als de keelholte. Hiermee zijn volgens mij de amandelen de link tussen de luchtwegen en de voeding’, aldus prof. Joost van Neerven, buitengewoon hoogleraar mucosale immuniteit aan de Wageningen University en onderzoeker immunologie bij FrieslandCampina. Binnen zijn onderzoeksgroep aan de Wageningen UR staat er één vraag centraal: hoe kan voeding het mucosale immuunsysteem ondersteunen om betere bescherming te bieden tegen infecties van de luchtwegen en allergieën. Als onderzoeker bij FrieslandCampina probeert Van Neerven deze inzichten door te vertalen naar (innovatieve) zuivelproducten.

Immuunreactie

‘Als je kijkt naar het immuunsysteem is er een onderscheid te maken tussen het aangeboren (innate) immuunsysteem en het adaptieve immuunsysteem. Potentiele pathogenen komen in het lichaam eerst in aanraking met het epitheel, waarna er een snelle immunologische reactie plaatsvindt van het aangeboren immuunsysteem. In veel gevallen is deze reactie van het immuunsysteem al voldoende om de ziekteverwekkers op te ruimen. Zo niet, dan komt het adaptieve immuunsysteem in actie dat veel specifieker een pathogeen kan vernietigen, maar daar veel langer over doet’, licht Van Neerven toe. Hij legt vervolgens uit dat vaccineren gezien kan worden als een ‘training’ van het adaptieve immuunsysteem. Na vaccinatie zal het immuunsysteem, nadat het voor een tweede keer in aanraking komt met een pathogeen, veel sneller en specifieker reageren. ‘Componenten in de voeding kunnen een zelfde soort effect bewerkstelligen op het adaptieve immuunsysteem. Via de amandelen kunnen actieve componenten in de voeding in aanraking komen met pathogenen uit de bovenste luchtwegen en allergenen, en op deze manier de mucosale (=slijmvlies) en zelfs ook de systemische immuunrespons beïnvloeden’, aldus Van Neerven.

Balans

‘De prevalentie van allergieën is in Westerse landen en Amerika hoger dan in andere delen van de wereld en bovendien neemt de incidentie wereldwijd toe’, aldus Van Neerven. Van Neerven licht toe dat met name in landen die een sterke economische ontwikkeling en urbanisatie doormaken het aantal mensen met een allergie toeneemt: ‘In Europa zag je na de val van de Berlijnse muur dat de prevalentie van allergieën in Oost-Europa lager was dan in West-Europa, terwijl men in eerste instantie juist het tegenovergestelde verwachtte door de hogere luchtvervuiling in Oost-Europa. De jaren na de val van het Oostblok en de daarmee gepaarde economische ontwikkeling en verstedelijking nam de prevalentie van allergieën ook in Oost-Europa toe’.

Uit onderzoek blijkt dat enerzijds de prevalentie van allergieën toeneemt en anderzijds de prevalentie van infectieziekten in de 19e eeuw sterk is teruggedrongen. Wat is hiervan een mogelijke oorzaak? ‘Een hypothese voor de stijging van het aantal personen met een allergie is dat omgevingsfactoren –  waaronder bacteriën, virussen, maar ook parasieten – in een stedelijke omgeving in vergelijking met een plattelandsomgeving een ander effect hebben op de regulering van de immuunrespons. In een stedelijke omgeving komt de mens minder in aanraking met pathogenen via bijvoorbeeld bosgrond of dieren, en het lijkt hierdoor of in geïndustrialiseerde landen het immuunsysteem niet meer goed gereguleerd (gedempt) wordt. En hierdoor overactief reageert op omgevingsfactoren, met chronische ontstekingen en allergieën als gevolg. Ook het voedingspatroon verschilt tussen de stad en het platteland’, legt Van Neerven uit. Deze hypothese moet volgens Van Neerven nog worden aangescherpt, maar omdat de stijging in het aantal allergieën in een tijdsbestek van minder dan 50 jaar plaats heeft gevonden, kan de verandering in immuunrespons volgens Van Neerven geen evolutionaire oorzaak hebben.

Melk en immuunreactie van de bovenste luchtwegen

‘Uit epidemiologische studies blijkt dat kinderen die op een boerderij opgroeien minder astma en hooikoorts hebben. Dit effect lijkt geassocieerd met de consumptie van (rauwe) boerderijmelk. Waarschijnlijk komen voedingscomponenten in boerderijmelk in aanraking met pathogenen in de keelamandelen en hebben via deze weg een effect op het immuunsysteem. Welke componenten in de boerderijmelk dit positieve effect bewerkstelligen is niet precies bekend, maar men denkt onder andere aan lactoferrine, immunoglobulinen en cytokinen. Dit zijn eiwitten die in lage concentraties in de melk voorkomen en waarvan een scala aan biologische activiteiten zijn aangetoond. Het voorkomen van dit soort bioactieve eiwitten is uniek voor dierlijke producten; ze komen niet voor in plantaardige dranken die als alternatief aangeboden worden voor melk, zoals sojadrank of amandeldrank’, legt Van Neerven uit. Van Neerven benadrukt dat er nog geen wetenschappelijk consensus is over het verband tussen de consumptie van boerderijmelk en de lagere prevalentie van astma. Er zijn alleen epidemiologische studies uitgevoerd die relatief sterke associaties kunnen laten zien. Oorzakelijke verbanden, door middel van interventiestudies met rauwe melk, zijn vanwege ethische overwegingen niet uitgevoerd.

Kinderen

‘Bij melk denk ik aan voeding en aan bescherming. De bescherming is relevant voor mensen van wie het immuunsysteem minder goed functioneert. Dit geldt over het algemeen niet voor gezonde volwassenen, maar juist voor kleine kinderen en ouderen. Bij kleine kinderen is het immuunsysteem nog niet goed ontwikkeld en zijn hierdoor vatbaarder voor infecties en een afwijkende immuunrespons. Bij ouderen kan zowel de aangeboren als adaptieve immuunreactie minder efficiënt zijn door veroudering. Voor deze groepen is onderzoek naar het effect van voeding en mucosale immuniteit daarom relevant. De eiwitcomponenten in melk zijn uniek en het is daarom interessant de kennis van boerderijmelk door te vertalen naar verschillende zuivelproducten, waaronder kindervoeding’, licht Van Neerven toe.

Referenties / meer lezen:

Bach, J.F. (2002) The effect of infections on susceptibility to autoimmune and allergic diseases. The New England Journal of Medicine, 2002: Vol. 347(12):911-20. Review

Eder, W. et al. (2006). The asthma epidemic. The New England Journal of Medicine,  2006; Vol. 355(21):2226-35.

Loss, G. et al. (2015). Consumption of unprocessed cow’s milk protects infants from common respiratory infections. Journal of Allergy and Clinical Immunology, 2015: Vol. 135; 1.

Loss, G. et al. (2011). The protective effect of farm milk consumption on childhood asthma and atopy: the GABRIELA study. Journal of Allergy and Clinical Immunology, 2011; Vol. 128(4):766-773.e4. doi: 10.1016/j.jaci.2011.07.048

Krämer, U. et al. (2015).What can reunification of East and West Germany tell us about the cause of the allergy epidemic? Clin Exp Allergy, 2015; Vol. 45(1):94-107. doi: 10.1111/cea.12458.

Neerven, van, R.J. (2012). Which factors in raw cow’s milk contribute to protection against allergies? Journal of Allergy and Clinical Immunology, 2012; Vol. 130(4):853-8

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (2014). Allergie. Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM. Versie juni 2014. Verkregen via www.nationaalkompas.nl/gezondheid-en-ziekte/ziekten-en-aandoeningen/allergie/ in augustus 2015.

Yazdanbakhsh, M. et al. (2002). Allergy, Parasites, and the Hygiene Hypothesis. Science, 2002: Vol. 296.