Resultaten van de Diogenes studie

Interview met Marleen van Baak

Een voedingspatroon hoog in eiwit en met een lage glycemische index helpt om na een periode van afvallen het gewicht beter stabiel te houden. Dit was enige jaren geleden de conclusie uit de Diogenes studie waar 8 onderzoekscentra in Europa aan hebben meegewerkt, waaronder de Maastricht University. Inmiddels zijn er vele publicaties verschenen. Het FrieslandCampina Institute vroeg prof. dr. Marleen van Baak, emeritus hoogleraar fysiologie van obesitas, naar de belangrijkste lessen die getrokken kunnen worden uit deze grote voedingsinterventiestudie.

Interview Marleen van Baak: resultaten van de Diogenes studie

Gewichtsbehoud

‘Het is bekend dat de dieetsamenstelling geen dominante rol speelt in het afvalproces. Verschillende soorten diëten kunnen helpen bij het afvallen. De grootste uitdaging van het afvallen is echter om na een periode van afvallen het gewichtsverlies op de langere termijn te behouden. Binnen de Diogenes studie hebben we gekeken welk voedingspatroon daarbij zou kunnen helpen’, aldus Marleen van Baak, emeritus hoogleraar fysiologie van obesitas aan de Maastricht University. Uit de Diogenes studie bleek dat een voedingspatroon met meer eiwit (25 energieprocent)* en een lage glycemische index het beste werkt om op gewicht te blijven na een periode van afvallen (8 weken) ten opzichte van voedingspatronen met minder eiwit (13 energieprocent) en een hoge dan wel lage glycemische index. Volgens van Baak kan het succes van het voedingspatroon met meer eiwit verklaard worden aan de hand van 3 bekende fysiologische mechanismen: ‘Eiwitten hebben een hogere verzadiging dan koolhydraten. Meer eiwit in de voeding kan er daarom voor zorgen dat iemand minder eet. Ten tweede stimuleren eiwitten het energieverbruik. Een voedingspatroon met meer eiwitten in plaats van koolhydraten kan daarom de energieverbranding verhogen. En ten derde kan een voedingspatroon met meer eiwitten in plaats van koolhydraten helpen de vetvrije massa op peil te houden’, aldus van Baak.

* red. huidige aanbeveling is 15 energieprocent eiwit

Bloeddruk en insuline gevoeligheid

‘De deelnemers met een licht verhoogde bloeddruk hadden na de interventie van 26 weken een lagere bloeddruk (red. systolisch -3,4 mm Hg). Dit effect is alleen gevonden bij de deelnemers die bij aanvang van de interventie een licht verhoogde bloeddruk hadden. Het is bekend dat eiwit een gunstig effect kan hebben op de bloeddruk, maar het precieze mechanisme hierachter is nog onduidelijk. Binnen het Top Institute Food & Nutrition (TIFN) hebben we met een Randomized Control Trial (RCT) het effect van eiwit op de bloeddruk bekeken. De deelnemers verhoogden hun eiwitinname ten koste van hun koolhydraatinname. In deze studie vonden we ook een lagere bloeddruk bij de voeding met meer eiwitten. Opvallend was dat direct na de maaltijd de bloeddruk juist meer daalde na een koolhydraatrijke maaltijd dan na een eiwitrijke maaltijd, aldus van Baak. Meer onderzoek is daarom nodig. Ook waren er binnen de Diogenes studie aanwijzingen dat het voedingspatroon met meer eiwit en een lage glycemische index de insuline gevoeligheid bij volwassenen verbeterde.

Ook gunstig voor kinderen

De kinderen uit de gezinnen die deelnamen aan de Diogenes studie gingen niet mee op dieet in de eerste 8 weken, maar volgden tijdens de interventiefase wel hetzelfde voedingspatroon als hun ouders. Net als bij de ouders, was er ook bij de kinderen (n=465) een effect van het voedingspatroon met meer eiwit (25 energieprocent) en een lage glycemische index: de prevalentie van kinderen met overgewicht nam in deze groep met 6,6% af (van 46,2% naar 39,6%).

De omgeving

‘Voorkomen dat mensen overgewicht ontwikkelen is eigenlijk nog veel belangrijker dan ze helpen dat overgewicht weer kwijt te raken. Je moet hiervoor het gedrag van mensen in een positieve richting ombuigen. Dit kan volgens mij door onder meer de omgeving van mensen te verbeteren. De gezonde keuze, de makkelijke keuze maken’, vertelt van Baak. Volgens haar speelt het aanbod van voedingsmiddelen en hiermee de voedingsmiddelenindustrie een belangrijke rol. ‘Ondanks dat de voedingsmiddelenindustrie vaak zegt dat er geen ongezonde producten zijn, is wel degelijk bekend welke producten minder goed in een gezond voedingspatroon passen. Laten we beginnen de calorierijke producten minder calorierijk te maken, maar nog wel lekker voor de consument’, aldus van Baak. Bovendien kan volgens van Baak de omgeving zo worden ingericht dat lopen, fietsen en sporten gemakkelijker wordt. Ook ondersteunt ze de doelstellingen van de ‘Alliantie Stop kindermarketing ongezonde voeding’.

Toekomstig onderzoek

Na de succesvolle Diogenes studie heeft van Baak toch nog vragen voor verder onderzoek: ‘Ik zou willen weten of het type eiwit – bijvoorbeeld dierlijk versus plantaardig – nog een rol speelt. Dit ook in relatie met duurzaamheid. Ik zou ook graag willen weten of er een andere bruikbare maat voor de kwaliteit van de koolhydraten is. De glycemische index (GI) is een lastige maat voor consumenten en ook de gegevens van verschillende voedingsmiddelen zijn nog verre van compleet’.

Over de Diogenes studie

De Diogenes studie is uitgevoerd door 8 Europese onderzoekscentra uit Groot-Brittannië, Duitsland, Spanje, Denemarken, Griekenland, Bulgarije, Tsjechië en Nederland (Maastricht University). In de studie volgden 938 volwassenen met een gemiddelde BMI van 34 kg/m2 gedurende 8 weken een 800 kcal/dag dieet om af te vallen. Dit dieet bestond uit maaltijdvervangers. Het werd door 773 volwassenen volbracht en men viel gemiddeld 11 kilo af. De daarop volgende periode van 6 maanden kregen de deelnemers en hun gezin begeleiding van een diëtist, met als doel het gewichtsverlies te behouden. De gezinnen werden ingedeeld in 5 groepen die allemaal een ander voedingspatroon volgden, variërend in eiwitgehalte en glycemische index (met 15 GI units verschil):

  1. Laag eiwit (13 energieprocent), hoge GI
  2. Laag eiwit (13 energieprocent), lage GI
  3. Hoog eiwit (25 energieprocent), lage GI
  4. Hoog eiwit (25 energieprocent), hoge GI
  5. Controlegroep

De controlegroep volgde de officiële voedingsrichtlijnen van het eigen land, zonder aanvullende aanwijzingen. Alle vijf de voedingspatronen waren laag in vet (25-30 en%). 548 deelnemers voltooiden de studie.

Meer over de Diogenes studie:

Engberink et al. (2015). Effect of a high-protein diet on maintenance of blood pressure levels achieved after initial weight loss: the DiOGenes randomized study. Journal of Human Hypertension (2015) 29, 58–63.

Perez-Cornago et al. (2014). The Role of Protein and Carbohydrates for Long-Term Weight Control: Lessons from the Diogenes Trial. Curr Nutr Rep (2014) 3:379–386.