De Schijf van Vijf is voor veel ouders een begrip

Interview met jeugdarts Lucy Smit

Auto Draft 4

Kinderen eten steeds minder basisvoedingsmiddelen en steeds meer extraatjes. Het FrieslandCampina Institute vroeg Lucy Smit, jeugdarts en voorzitter van Artsen Jeugdgezondheidzorg Nederland, naar haar bevindingen en de rol van de jeugdgezondheidzorg, ouders en bedrijven bij de aanpak van dit probleem.

Verleidingen

‘Hoe een goed voedingspatroon er volgens mij uit ziet? Het gaat niet om bepaalde voedingsmiddelen wel of niet; een kind mag best een koekje of een snoepje. Het gaat om variatie en met mate. Leg ouders uit dat je gezond eet als je volgens de Schijf van Vijf eet. De Schijf van Vijf van het Voedingscentrum is voor veel ouders een begrip’, aldus Lucy Smit, jeugdarts. Volgens Smit is het voor veel volwassenen en kinderen lastig om te gaan met verleidingen. ‘De verleiding voor ongezond voedsel is groot. Bij de vijfde keer nee zeggen gaan veel ouders voor de bijl’. Smit vindt dat bedrijven ook een rol spelen hierin. ‘Ik vind dat er een balans moet zijn tussen het aanbod van gezonde voedingsmiddelen en gemaksproducten. Bedrijven moeten dit zien als een onderdeel van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Geef kinderen bijvoorbeeld gewone melk en yoghurt en niet die andere voedingsmiddelen met zout, toegevoegd suiker, vet en veel calorieën’.

Veranderde thuissituatie

Naast de (ongezonde) verleidingen ziet Smit ook een belangrijke verandering in de thuissituatie van het kind. Hierdoor ligt niet altijd de gezonde keuze voor de hand. ‘Veelal werken beide ouders. De kinderen worden ’s ochtends vroeg naar de kinderopvang gebracht en worden rond zes uur ’s avonds weer opgehaald. De ouders werken de hele dag, zijn moe en misschien gestrest en dan is het kind als je thuiskomt ook nog aan het huilen. Ja, dan zie je dat er vaak voor gemak wordt gekozen en niet altijd voor gezond’. Smit: ‘De jeugdgezondheidzorg kan de thuissituatie niet veranderen, maar kan ouders wel bewust maken van de voedingskeuzes die ze maken. Die bewustwording is stap één’.

Aandachtspunten in de praktijk

‘In de groep kinderen van 0 tot 4 jaar zie ik eigenlijk drie punten waarop het vaak beter kan: kinderen bewegen te weinig, drinken teveel limonade en diksap en gebruiken teveel zuivel door het gebruik van flesvoeding’. Smit legt uit dat jonge kinderen teveel in kinderzitjes worden gezet, waardoor ze te weinig kunnen bewegen. Een ander aandachtspunt is het drinken van limonade en diksap. ‘Ouders geven hun kind vaak limonade of diksap. Daarmee wennen jonge kinderen aan zoete dranken en gaan ze later makkelijker over op frisdrank en energiedrankjes. Het is beter deze zoete dranken slechts af en toe aan te bieden’. Ook vertelt Smit dat jonge kinderen vaak zuivel in een fles krijgen aangeboden: ‘Ouders vinden het makkelijk om het kind de fles te geven, maar kinderen zouden eigenlijk vanaf 9 maanden helemaal niet meer uit de fles moeten drinken. Geef kinderen gewoon een bekertje melk. Dit is beter voor de motorische ontwikkeling en kinderen drinken dan automatisch niet teveel’. Haar ervaring is dat een fles van 250 ml vaak helemaal vol gaat met flesvoeding, wat een te grote portie is voor jonge kinderen om in één keer op te drinken. Met twee tot drie bekertjes (300 ml) gewone melk voldoen jonge kinderen al aan de aanbeveling voor melk en melkproducten van het Voedingscentrum.

Smit is van mening dat het niet zinvol is ouders op te leggen wat ze wel en niet mogen doen. ‘Ouders moeten gemotiveerd zijn om iets te willen veranderen. Daarbij ga je op zoek naar een haakje wat een motivatie zou kunnen zijn om een verandering in te zetten. En dan kan je, als daar behoefte aan is, kennis delen, helpen en samen een plan maken. Maar als dat haakje of die behoefte er niet is, dan moet je het gewoon even loslaten’.