Interview met Wim Saris: ‘Ik zie een trend naar personalized nutrition’

‘Ik zie een trend naar een steeds persoonlijker voedingsadvies. Dit is een voedingsadvies mede gebaseerd op de genetica van het individu’, aldus Wim Saris hoogleraar Humane voeding aan de Maastricht Universiteit. Daarnaast sprak het FrieslandCampina Institute met Saris over de verhouding macronutriënten, gewichtsbeheersing en populaire dieetboeken.

 

Verhouding macronutriëntenInterview met Wim Saris: ‘Ik zie een trend naar personalized nutrition’

‘Overall is de energie-inname te hoog. Het is belangrijk dat we voorkomen dat nog meer mensen overgewicht ontwikkelen. Beperk daarom de vetinname, en vooral de inname van transvetten en verzadigde vetzuren. Vermijd ook zoveel mogelijk de inname van enkelvoudige koolhydraten. Ik ben het niet eens met de discussie over koolhydraatbeperking. Wel adviseer ik koolhydraten te kiezen met een laag glycemische index. Ouderen en kinderen zou ik meer eiwit adviseren.’

Voor mensen wordt het er niet makkelijker op om een gezond voedingspatroon te kiezen. Er is zoveel informatie dat mensen door de bomen het bos niet meer zien. Populaire dieetboeken zorgen nog voor verdere verwarring. Saris: ‘Het is veelal onzin, maar het lastige is dat de wetenschap geen helder weerwoord kan bieden. De wetenschap is altijd genuanceerd. Wel kunnen gezondheidszorgprofessionals als diëtisten en huisartsen tegengeluid laten horen’.

Maaltijdfrequentie

‘We hebben sterke aanwijzingen dat het metabool gezien beter is om 3 keer per dag een grotere maaltijd te eten dan 12 keer per dag een kleinere portie. Het hebben van eb en vloed – het vasten – is beter voor de metabolische respons van het lichaam. Toch is dit moeilijk in de Westerse wereld met een continu aanbod van eten. Je ziet juist dat door de jaren heen het eten van snacks is toegenomen.’

Effect darmflora

Naast de effecten van maaltijdfrequentie op het gewicht, is er steeds meer aandacht voor de rol van de darmflora. ‘De darmflora is genetisch bepaald, maar kan beïnvloed worden door bijvoorbeeld de voeding. De darmflora van mensen verandert wanneer zij tijdelijk een ander eetpatroon gaan volgen. Als deze mensen na een periode weer volgens hun gebruikelijke eetpatroon gaan eten, zie je dat de darmflora langzaam weer hetzelfde wordt als voor de interventie’, geeft Saris als voorbeeld. ‘Een aantal jaar geleden kon ik me niet voorstellen dat er een duidelijke relatie is tussen de darmflora en de gezondheid van het individu. Toch blijkt nu uit de literatuur dat de microbiotica in de darmen effect hebben op de energiestofwisseling, de insulinerespons en het gewicht. Dit is veelal observationeel onderzoek. In hoeverre verandering van de darmflora bij een individu effect heeft op deze parameters is nog niet bekend. Naar de effecten van pre- en probiotica* op de gezondheid wordt nog veel onderzoek gedaan en er zal de komende jaren veel meer inzicht komen in deze relatie. Wat werkt, bij wie en wat is het effect? Dit is ook relevant voor diëtisten en andere gezondheidszorgprofessionals’, aldus Saris.

Gewichtsbeheersing

Op de vraag hoe het zit met zuivel en gewichtsbeheersing refereert Saris naar de Diogenes studie. ‘In deze studie lieten we een groep mensen (n=938) 8 weken afvallen op basis van een laag calorisch dieet (800 calorieën/dag) met maaltijdvervangers. Dit dieet werd door 773 volwassenen volbracht en men viel gemiddeld 11 kilo af. Met als doel te onderzoeken welk type dieet geschikt is voor gewichtsbehoud werd deze groep afvallers opgesplitst in een groep met een hoog eiwitdieet en een groep met een laag eiwitdieet, al dan niet gecombineerd met een lage glycemische index. De groep met hoog eiwit en een laag glycemische index voeding bleek na 26 weken significant beter hun verloren gewicht te hebben gehandhaafd dan de laag eiwit met laag of hoog glycemische index groep. Het positieve effect van een hoog eiwit voeding is een jaar na de interventie nog steeds significant, blijkt uit recente metingen bij 2 van de 8 onderzoekscentra in tegenstelling tot de laag glycemische index voeding. Omdat zuivel een makkelijke eiwitbron is, werd dit vaak gekozen in de hoog eiwit diëten. Zuivel behoort tot de basisvoedingsmiddelen en de verhouding eiwitten, koolhydraten en vetten is goed’.

Trend in voedingsadvies

‘Ik zie een trend naar steeds meer personalized nutrition. Dit is een voedingsadvies mede gebaseerd op de genetica van het individu in plaats van algemene voedingsrichtlijnen die gelden voor de gehele populatie’, legt Saris uit. ‘De techniek gaat snel. In 2002 is het menselijk genoom compleet ontrafeld en nu worden er al stappen gezet om op basis van het DNA van het individu het voedingsadvies te personaliseren. In hoeverre deze techniek geadopteerd gaat worden kan ik niet voorspellen, maar gezondheidszorgprofessionals kunnen hier misschien in de toekomst wel op inspelen. Zo reageren personen verschillend op vet in de voeding met betrekking tot het LDL-cholesterol en sommige vrouwen hebben een genetische variatie waardoor men meer foliumzuur nodig heeft. Deze vrouwen kun je meer foliumzuur adviseren dan dat je zou doen op basis van de richtlijn’.

‘Daarnaast zie ik een duidelijke ontwikkeling om ook allerlei lichaamsfuncties te meten via handige apparaatjes en smartphones zoals lichamelijke activiteit, temperatuur, hartslag etcetera. Deze ontwikkeling zal zeer snel gaan nu onlangs Apple en Samsung hebben aangekondigd te gaan werken aan een gezondheid platform voor individuele informatie en adviezen. Individuele voedingsadviezen zullen daar zeker een plaats in krijgen’.

* Prebiotica is een verzamelnaam voor onverteerbare koolhydraten en voedingsvezels (o.a. inuline, fructo-oligosachariden, pectines uit groenten en fruit, glucanen uit graanproducten). Prebiotica worden gedeeltelijk afgebroken door de bacteriën in de dikke darm en stimuleren de groei van lactobacillen en bifidobacteriën in de dikke darm. (Voedingscentrum, 2014)

Probiotica zijn levende bacteriën (hoofdzakelijk lactobacillen en bifidobacteriën). Naar de effecten op de gezondheid wordt nog veel onderzoek gedaan. Probiotica hebben voor zover bekend geen ongewenste bijwerkingen. (Voedingscentrum, 2014)