Voeding in de nacht stimuleert spieropbouw bij ouderen

Interview met Bart Groen

In de jaren ’70 was het bij bodybuilders gebruikelijk om ’s nachts of vlak voor het slapen een portie eiwitten te nuttigen. Dit om de spiergroei zo veel mogelijk te stimuleren. Toch is weinig onderzoek gedaan naar de effectiviteit hiervan. Bart Groen heeft daarom aan de Maastricht University onderzocht wat het effect is van nachtelijk voeden op de spieropbouw bij ouderen.

Auto Draft 14

Gezondheidswinst bij spierbehoud

Bart Groen heeft binnen de onderzoeksgroep van Luc van Loon (Maastricht University Bewegingswetenschappen) gekeken naar het effect van een extra eiwitinname in de nacht op de spiereiwitsynthese van ouderen. ‘Sarcopenie is een natuurlijk proces waarbij de spiermassa afneemt en vetmassa in verhouding toeneemt. Dit begint langzaam vanaf het 30e levensjaar en wordt vanwege het progressieve karakter vanaf het 50e levensjaar steeds relevanter. Op een oudere leeftijd is er daarom veel gezondheidswinst te behalen als er gericht gewerkt wordt aan behoud van spiermassa. Dit is belangrijk voor het functioneren van de ouderen, maar ook voor de kwaliteit van leven en metabole functies van het lichaam’, zo legt Bart Groen uit. Nachtelijk voeden zou een mogelijkheid kunnen zijn om ook ’s nachts de spiereiwitsynthese op gang te houden. Het was echter niet duidelijk of: het lichaam ’s nachts onder invloed van de parasympathicus open staat voor een extra voedingsmoment, de voeding even effectief wordt opgenomen als overdag, het nachtelijk voeden van de participant zorgt voor minder honger over de dag en of de participanten niet misselijk worden van een nachtelijke voedingstoediening’. Deze vragen heeft Bart Groen aan de orde gesteld in zijn onderzoek naar de effectiviteit van nachtelijk voeden met eiwit op de spieropbouw bij ouderen.

Onderzoeksopzet

Via een neussonde werd aan acht gezonde mannen ’s nachts 40 gram intrinsiek gelabeld caseïne (“kaaseiwit”) opgelost in 400 ml water toegediend. De placebogroep bestond eveneens uit acht gezonde mannen. Zij kregen 400 ml water toegediend zonder het opgeloste eiwit. Beide groepen hadden 2 dagen voor het experiment een vergelijkbaar eetpatroon met 0,80 (± 0,04) gram eiwit/kg lichaamsgewicht/d. Op de dag van het experiment kregen de mannen dezelfde maaltijden en tussendoortjes aangeboden, waarbij uit is gegaan van 0,89 (± 0,09) gram eiwit/kg lichaamsgewicht/d. In beide groepen was de gemiddelde leeftijd 74 jaar. ‘Ik heb gekozen voor caseïne, omdat dit melkeiwit langzamer door het lichaam wordt opgenomen dan wei-eiwit’. Zowel voor als na (5 uur nadat de caseïne oplossing is toegediend) het slapen werd een spierbiopt afgenomen in de dijbeenspier bij alle participanten. ‘In het spierbiopt hebben we gemeten wat de relatieve toename is van gelabeld eiwit ten opzichte van niet-gelabeld eiwit’, aldus Bart Groen. Wat bleek? ‘De spiereiwitsynthese was in de eiwitgroep significant hoger dan in de placebogroep. Dit wil zeggen dat het nachtelijk voeden met eiwit een positieve bijdrage levert aan de spieropbouw en het lichaam in de nacht open staat voor een extra voedingsmoment. Ook aten de participanten ’s ochtends niet minder dan normaal en werden de participanten niet misselijk’.

Vertaling naar praktijk

‘Ik hoop dat de resultaten van mijn onderzoek worden toegepast in de kliniek’. ‘Ik zou ook liever zien dat de focus meer op behoud van spiermassa wordt gelegd, de preventie, in plaats van de verloren spiermassa achteraf weer willen opbouwen. Een patiënt komt snel in een neerwaartse spiraal terecht en het wordt steeds moeilijker deze te doorbreken’. ‘Op basis van dit onderzoek kan ik zeggen dat nachtelijk voeden met caseïne effectief is, over andere eiwitten of een combinatie met wei kan ik niet zoveel zeggen’. Daarnaast is Bart benieuwd naar de effecten op de spieren op de lange termijn. ‘De inzichten uit mijn onderzoek kunnen door gezondheidsprofessionals al worden toegepast in de praktijk’, aldus Bart. ‘Biedt patiënten ’s avonds een eiwitrijke drank aan in plaats van een zoete drank, koffie of thee. Lekker koel aanbieden en in één keer opdrinken!’.

Na zijn studie Bewegingswetenschappen en Geneeskunde is Bart Groen in 2009 gestart aan zijn promotieonderzoek aan de Maastricht University. Hij wilde meer wetenschappelijke basis bieden voor de richtlijnen en protocollen binnen de geneeskunde en de focus meer leggen op preventie van ziekten. Inmiddels is hij werkzaam als arts, naast het afronden van zijn promotietraject. Lees hier meer over zijn onderzoek.