Relatie tussen zuivel en voedingsstoffeninname onderzocht

Nieuwe VCP analyses

Joline Beulens, assistant Professor Epidemiology bij het Julius Center van het UMC Utrecht, onderzocht of er een verschil is in de voedingsmiddel- en nutriëntinname tussen kinderen die geen tot nauwelijks zuivel gebruiken en kinderen met de hoogste zuivelinname. Het FrieslandCampina Institute sprak haar over de resultaten van de analyses die ze ook presenteerde op het congres ‘Jong geleerd is oud gedaan’ op 3 oktober 2014.

Relatie tussen zuivel en voedingsstoffeninname onderzocht

Onderzoeksopzet

‘We hebben gekeken in hoeverre de inname van zuivelproducten onder kinderen en adolescenten gepaard gaat met een hogere of lagere inname van andere voedingsmiddelen, aldus Joline Beulens, assistant Professor Epidemiologie bij het Julius Center van het UMC Utrecht. ‘Verder hebben we onderzocht hoe die verschillen in zuivelinname zich vertalen naar de inname van voedingsstoffen. Hiervoor hebben we een vergelijking gemaakt tussen de groep kinderen (7-13 jaar; n=1007) die weinig tot geen melk drinken en de groep kinderen met de hoogste melkinname (gemiddeld 459,5 ml). Dezelfde vergelijking is ook gemaakt voor adolescenten (14-17 jaar; n=706). Deze leeftijdscategorieën worden ook in de VCP 2007-2010 gehanteerd’, legt Beulens uit. Zover bij Beulens bekend is een vergelijkbare studie in Nederland nog nooit uitgevoerd.

Voedingsinname

‘De analyses laten zien dat de groep kinderen met de hoogste zuivelinname ook een hogere inname hebben van plantaardige producten, zoals groente, fruit en ontbijtgranen. Ook gaat een hogere zuivelinname bij kinderen samen met een lagere inname van frisdrank, koffie en thee. Bij adolescenten ging een hogere zuivelinname gepaard met een hogere inname van ontbijtgranen en een lagere inname van niet-alcoholische dranken zoals frisdrank, koffie en thee. We hebben niet één op één bekeken of melk vervangen wordt door frisdrank of andere dranken, maar gezien deze resultaten is het wel waarschijnlijk dat er vervanging plaatsvindt’, aldus Beulens. Ook laten de analyses zien dat een derde van de kinderen in Nederland geen tot nauwelijks melk drinkt.

Kinderen en adolescenten die geen of nauwelijks zuivel consumeren hebben een lagere inname van onder andere groente en fruit. Dit betekent dat niet alleen de portie zuivel wordt weggelaten of vervangen, maar dat ook de inname van andere voedingsmiddelen verschilt. Beulens heeft hiervoor een mogelijke verklaring: ‘Je ziet dat bepaalde gedragingen met elkaar clusteren, zo ook gezond voedingsgedrag. Doordat melk en zuivel in Nederland een onderdeel zijn van een gezonde voeding gaat melk drinken gepaard met een hogere inname van andere basisvoedingsmiddelen. Naar deze clusters van gezond eetgedrag en melkinname is nog weinig onderzoek gedaan. De huidige resultaten wijzen wel op dit verband’.

Nutriëntinname

Ook op nutriëntniveau zie je verschillen tussen kinderen en adolescenten die veel of weinig zuivel gebruiken. ‘Je ziet uiteraard dat zuivelinname samengaat met een hogere inname van calcium en B-vitamines. Maar we zien ook dat een hogere zuivelinname verband heeft met een hogere inname van nutriënten uit plantaardige producten, zoals vezels, plantaardig eiwit, magnesium en jodium. Dit hadden we niet direct verwacht. Anderzijds moet gezegd worden dat een hogere inname van zuivel ook samengaat met een hogere inname van energie en verzadigd vet’. Zijn er daarom ook verschillen in het gewicht van de kinderen en adolescenten? Beulens: ‘Dit hebben we niet specifiek geanalyseerd, maar als je de gemiddelde BMI’s van de verschillende zuivelgroepen bekijkt zie je geen verschillen’. Of de nutriëntinname van kinderen en adolescenten die geen zuivel gebruiken mogelijk onder de aanbeveling ligt is volgens Beulens moeilijk te zeggen. ‘De VCP is gebaseerd op twee keer een 24-uurs recall. Het kan daarom zijn dat een groep die nu geclassificeerd is als niet-gebruiker toevallig op deze twee dagen geen zuivel heeft geconsumeerd maar dit normaal gezien wel doet. Andersom kan natuurlijk ook. Over tekorten spreken is daarom lastig. Wel zien we dat de laagzuivelgebruikers de nutriënten uit zuivel niet volledig compenseren door een ander voedingsmiddel te kiezen wat rijk is aan calcium en B-vitamines. Voor kinderen zijn deze nutriënten wel belangrijk. Wat mij betreft past zuivel daarom binnen een gezond voedingspatroon’.

Toekomst

Op dit moment wordt de data van de Voedselconsumptiepeiling verkregen door een vragenlijst die samen met een diëtist wordt ingevuld, dan wel telefonisch of face to face. Dit heeft als voordeel dat de diëtist kan doorvragen naar bijvoorbeeld portiegrootte en het specifieke merk van het product om zo beter in kaart te brengen wat iemand op 2 dagen heeft gegeten. Beulens: ‘Op deze manier wordt heel nauwkeurig gevraagd wat een persoon heeft gegeten, maar is het ook een proces wat veel tijd kost. Ik kan me daarom voorstellen dat er over 10 of 25 jaar een app of een online systeem is waarin mensen hun consumptie van twee dagen kunnen invullen. Op dit moment zijn deze nieuwe technieken echter nog niet voldoende gevalideerd’.