Resilience: een nieuwe benadering van gezondheid

Interview met Suzan Wopereis

Een gezond persoon gaat flexibel om met veranderingen in zijn omgeving. Dit wordt ook wel aangeduid als de ‘resilience’ (veerkracht) van het lichaam. Het FrieslandCampina Institute sprak Suzan Wopereis, onderzoeker bij TNO, over dit nieuwe concept van gezondheid en de implicaties hiervan voor voedingsonderzoek.

Auto Draft 11

‘De huidige gezondheidsdefinitie van de Wereld gezondheidsorganisatie (WHO) werd in 1948 geformuleerd en luidt als volgt: “Health is a state of complete physical, mental and social well-being and not merely the absence of disease or infirmity”. De afgelopen 10 jaar is deze definitie bekritiseerd vanwege het statische karakter. Discussie gaat voornamelijk over het deel “a complete state of well-being”. Deze definitie maakt gezondheid tot een absoluut begrip: je bent gezond of je bent het niet. Kijkende naar het groeiend aantal mensen met chronische ziekten kan je je afvragen wie er volgens deze definitie nog gezond is’, aldus Suzan Wopereis, onderzoeker bij TNO. ‘In 2011 stellen onderzoekers Huber en collega’s daarom voor om gezondheid te formuleren als: “the ability to adapt and self manage in the face of social, physical, and emotional challenges”. Een mooie definitie, waarbij gezondheid wordt gezien als de veerkracht (‘resilience’) van het lichaam om met dagelijkse stressoren om te gaan’, vertelt Wopereis. We stuiten dan vervolgens op de vraag: hoe meet je die veerkracht? En wat het effect is van voeding op deze veerkracht? Relevant, aangezien voeding een belangrijk aandeel heeft in het behoud van een optimale gezondheid. Dit is een nieuw onderzoeksterrein, want tot op heden zijn voornamelijk biomarkers gedefinieerd om een uitspraak te doen over de (on)gezondheid van het lichaam. Denk aan bloeddruk, cholesterol en bloedglucose metingen.

Veerkracht van het lichaam

‘Onderzoek naar resilience start vanuit het perspectief dat een gezond persoon beter in staat is om te gaan met stressoren in zijn of haar omgeving in vergelijking met personen die minder gezond zijn’, aldus Wopereis. Denk hierbij aan het eten van een maaltijd, beweging, verandering in de omgevingstemperatuur of stress. Voeding heeft dagelijks effect op de homeostase, maar is volgens Wopereis moeilijker te meten omdat het gaat om zeer subtiele acute gezondheidseffecten die grote gezondheidsgevolgen kunnen hebben op de lange termijn. ‘Binnen het PhenFlex onderzoeksconsortium met voedingsbedrijven wordt bij TNO daarom onderzocht welke biomarkers geschikt zijn om heel gevoelig de gunstige effecten van voeding te meten op onder andere de darm-, vaat- en metabole gezondheid. Zo verkrijgen we in de toekomst meer wetenschappelijk inzicht in de positieve gezondheidseffecten van voeding’, vertelt Wopereis. Om de resilience van mensen te meten wordt gewerkt met zogenoemde challenge testen in de vorm van een hoogcalorische drank. Dit drankje is een flinke uitdaging voor het spijsverteringsysteem. Vóór en een aantal keren ná het nuttigen van de challenge test worden bloedmonsters afgenomen, waarin een heel pallet aan bloedwaarden wordt gemeten. ‘De snelheid waarmee het lichaam na de challenge test weer terugkeert naar de ‘basisstand’ is een maat voor de veerkracht van de proefpersoon,’ zegt Wopereis. Wopereis legt uit dat één van de PhenFlex onderzoeken liet zien dat de deelnemers (n= 100) met een verhoogd vetpercentage minder soepel reageerden op een challenge test, dan mensen met een normaal BMI. In fase 2 van het PhenFlex onderzoek wordt een interventie uitgevoerd waarbij de deelnemers gevraagd wordt een voedingspatroon volgens de nationale voedingsrichtlijnen te volgen. Het effect van de interventie wordt gemeten met behulp van de ‘nieuwe’ resilience biomarkers in combinatie met bestaande biomarkers bij aanvang en aan het einde van de interventie. Deze studie wordt in Nederland uitgevoerd en moet uitwijzen of de ontwikkelde methode op een gevoelige manier de positieve effecten van voeding kan aantonen.

Toekomst

Wat betekenen deze inzichten voor het voedingsadvies? Wopereis: ’Het is natuurlijk een interessant gedachtegoed dat je aan de hand van de resilience van het lichaam een gezondheidsdiagnose kunt vaststellen. Met de kennis van de mechanismen in het lichaam en hoe de nutriënten hier op inspelen kun je een persoonlijk voedingsadvies opstellen om de gezondheid te behouden of zelfs te verbeteren. TNO is momenteel druk om dergelijke aanpakken te implementeren in de vernieuwende concepten rondom voeding en gezondheid ‘op maat’, aldus Wopereis.

 

Bronvermelding / meer lezen:

Huber, M. et al. (2011). How should we define health? BMJ 2011, 343 d4163 doi: 10.1136/bmj.d4163

Kardinaal, A.F.M., Erk, van, M.J., Dutman, A.E., Stroeve, J.H.M., Steeg, van de, E., Bijlsma, S., Kooistra, T., Ommen, van, B. en Wopereis, S. (2015). Quantifying phenotypic flexibility as the response to a high-fat challenge test in different states of metabolic health. FASEB 2015, doi: 10.1096/fj.14-269852 fj.14-269852.

Ommen et al. (2014). Phenotypic flexibility as key factor in the human nutrition and health relationship. Genes Nutr 2014, 9:423

Wopereis et al. (2013). Assessment of inflammatory resilience in healthy subjects using dietary lipid and glucose challenges. BMC Medical Genomics 2013, 6:44

WHO definition: Preamble to the Constitution of the World Health Organization as adopted by the International Health Conference, New York, 19-22 June, 1946; signed on 22 July 1946 by the representatives of 61 States (Official Records of the World Health Organization, no. 2, p. 100) and entered into force on 7 April 1948. http://www.who.int/about/definition/en/print.html