“Voed de spieren voor een actief leven”

Interview met Sjors Verlaan

De spierkracht en de spierfunctie van ouderen zijn een bepalende factor voor de mobiliteit, zelfredzaamheid en kwaliteit van leven. Hierbij spelen goede voeding en beweging een rol. Wat betreft voeding kan eiwit en vitamine D een extra ondersteuning zijn, bleek uit het promotieonderzoek van Sjors Verlaan. Het FrieslandCampina Institute sprak hem over de resultaten.

Auto Draft 42

“Goed functionerende spieren zijn van groot belang, zeker voor kwetsbare ouderen. Waarom? Als je kijkt naar de groep kwetsbare ouderen is het zelfstandig kunnen uitvoeren van gewone dagelijkse activiteiten zoals een stukje lopen of het kunnen opstaan uit een stoel ontzettend belangrijk. De spierkracht en de spierfunctie zijn hiermee een factor die bepalend is voor hun mobiliteit, zelfredzaamheid en kwaliteit van leven. Ook zorgen spieren voor de veerkracht die nodig is om te kunnen omgaan met kritische situaties, zoals een ziekenhuisopname, verloop van een behandeling en het herstel”.

Beter verloop

“Onderzoek laat zien dat kwetsbare ouderen die bij aanvang van een ziekenhuisopname relatief meer spiermassa hebben, meer kans hebben op overleven”. Dit is een van de uitkomsten van het promotieonderzoek (EMPOWER studie) van Sjors Verlaan. “In deze observationele prospectieve cohortstudie namen 378 patiënten deel met een gemiddelde leeftijd van 70 jaar of ouder. De meerderheid van deze groep ouderen (88%) woonden voor de ziekenhuisopname thuis. Een hogere absolute spiermassa, gemeten met een bio-impedantiemeting, en de afwezigheid van ondervoeding, gemeten met de SNAQ-screeningstool, bij aanvang van de ziekenhuisopname waren geassocieerd met en hogere kans op overleven 3 maanden na de ziekenhuisopname”.

Spieren: eiwitten en vitamine D

“Het eerste onderzoek binnen mijn promotietraject liet zien dat ouderen met een hogere spiermassa bij aanvang van een ziekenhuisopname een hogere kans op overleven hebben. Gezien deze resultaten is het natuurlijk interessant om te weten welke interventie effectief kan zijn in het behoud van spiermassa, bij zowel gezonde als kwetsbare ouderen. Hiervoor is binnen mijn promotieonderzoek een supplement ontwikkeld bestaande uit 20 gram wei-eiwit met 3 gram leucine en 800 IU vitamine D. Als eerste stap is er getest of het supplement effectief was. Uit een aantal studies bij zowel gezonde (2-3) als kwetsbare ouderen (4) bleek het supplement binnen 6 uur na consumptie de spieropbouw te stimuleren”, legt Verlaan uit. “In het tweede deel van het onderzoek hebben we getest of dit supplement ook effectief is op de langere termijn. Dit hebben we gedaan in een Randomized Controlled Trial, waarin 380 zelfstandig wonende sarcopene ouderen verspreid over 18 onderzoekscentra in 6 landen deelnamen. De ouderen in deze studie hadden bij aanvang een lage spiermassa en spierfunctie. De interventiegroep (n=184) ontving in een periode van 13 weken het supplement opgelost in 100 tot 150 ml water bij het ontbijt en de lunch. De controlegroep (n=196) nam in dezelfde periode bij het ontbijt en de lunch een isocalorisch controlesupplement. Fysieke uitkomstmaten en spiermassa werd gemeten bij aanvang van de studie, na 7 weken en na afloop van de studie. Ouderen die 13 weken het wei-eiwitsupplement verrijkt met leucine en vitamine D innamen hadden een significante verbetering in de spiermassa en fysieke prestatie (1)”.

“In de ProMuscle studie is in een klinische omgeving (5) en daaropvolgend een praktijksituatie onderzocht wat het effect is van krachttraining in combinatie met extra eiwitinname tijdens maaltijdmomenten waarbij de eiwitinname onvoldoende is. Dit onderzoek is uitgevoerd bij (pre)fragiele ouderen in Nederland. Uit deze studie blijkt dat met name krachttraining gecombineerd met extra eiwitinname via de voeding effectief is bij kwetsbare ouderen (5). Ook de voedingsinterventie, zonder krachtraining had in deze studie al effect. Dit komt overeen met de uitkomsten van de studie die is uitgevoerd binnen mijn promotietraject.”

Voedingsstatus bij start interventie belangrijk

“Voed de spieren voor een actief leven” 1“Een andere vraag die ik mezelf heb gesteld is of de vitamine D status en eiwitinname voor de start van de studie een rol spelen in de effectiviteit van de voedingsinterventie. Je zou namelijk verwachten dat de voedingsinterventie het meest effectief is bij kwetsbare ouderen en patiënten die mogelijk een lagere vitamine D en/of eiwitinname hebben. We vonden echter dat de groep sarcopene ouderen met op baseline een hogere vitamine D status (25(OH)D > 50nmol/L) en eiwitinname (>1.0 gram eiwit/kg lichaamsgewicht/dag) een significant grotere toename hadden in spiermassa, in vergelijking met de controlegroep (6). Blijkbaar is wat verbetering van spieren betreft eerst een voldoende voedingsstatus vereist, voordat de spiermassa aangemaakt wordt. De hypothese zou volgens mij kunnen zijn dat het eiwit eerst door het lichaam gebruikt wordt voor de vitale organen en processen, voordat het bij kan dragen aan de opbouw en het behoud van de spieren. Daarnaast bleek dat eiwitinname en vitamine D status elkaar versterken (1). Mogelijk speelt vitamine D een faciliterende rol bij de eiwitsynthese in de spieren en draagt het op deze manier bij aan de normale werking van de spieren. Kortom, we vonden dat de voedingsstatus bij aanvang van een voedingsinterventie al een rol speelt bij de effectiviteit van de interventie”.

De praktijk

“Wat mij betreft komt er nóg meer aandacht voor de rol van voeding en beweging in het gezond ouder worden en het ziekteverloop bij kwetsbare ouderen en patiënten. Primaire preventie is hierbij belangrijk, om te zorgen dat ouderen zo gezond en actief mogelijk ouder worden, maar ook secundaire preventie verdient meer aandacht. In het ziekenhuis komt het naar mijn mening te vaak voor dat er te laat nutritionele ondersteuning wordt ingezet. Gezien de resultaten uit mijn promotieonderzoek zou ik er daarom voor pleiten om specifieke patiënten en kwetsbare ouderen al meteen vanaf de eerste opnamedag nutritionele ondersteuning te bieden in de vorm van specifieke voedingen en/of supplementen, uiteraard in combinatie met fysieke activiteit en training zover mogelijk, voor ondersteuning bij het herstel en behoud van mobiliteit”, aldus Verlaan.

Achtergrond: verandering lichaamssamenstelling tijdens het leven

“Bij het ouder worden verandert de lichaamssamenstelling. De vetvrije massa, met name spiermassa neemt af en de vetmassa neemt geleidelijk toe. Dit is een natuurlijk proces, wat langzaam start tussen de 30 en de 70 jaar en versnelt vanaf 70 jaar en ouder. Wanneer de afname van de spiermassa, gecombineerd met verminderde spierkracht- en functie verder daalt en kritische grenswaarden bereikt, spreekt men over sarcopenie. Men spreekt over ondervoeding wanneer een persoon ongewenst >5% gewicht verliest in 6 maanden of >10% in meer dan 6 maanden. Recent zijn er door een groep van experts vernieuwde criteria voor ondervoeding (Cederholm et al., 2018) en sarcopenie (Cruz-Jentoft et al., 2018) gepubliceerd”.

Referenties

  1. Verlaan, G. (2018). Nourish the Muscle: Nutritional Supplementation in Sarcopenia.
  2. Chanet, A. et al (2017). Supplementing Breakfast with a Vitamin D and Leucine-Enriched Whey Protein Medical Nutrition Drink Enhances Postprandial Muscle Protein Synthesis and Muscle Mass in Healthy Older Men. Journal of Nutrition, 2017; 147(12):2262-2271.
  3. Luiking, Y.C. et al (2014). Postprandial muscle protein synthesis is higher after a high whey protein, leucine-enriched supplement than after a dairy-like product in healthy older people: a randomized controlled trial. Nutrition Journal, 2014; 13:9.
  4. Kramer, I.F. et al (2017). Both basal and post-prandial muscle protein synthesis rates, following the ingestion of a leucine-enriched whey protein supplement, are not impaired in sarcopenic older males. Clinical Nutrition, 2017; 36 (5): 1440-1449.
  5. Tieland, M. (2013). Dietary strategies to augment muscle mass in elderly.
  6. Verlaan, S. et al (2018). Sufficient levels of 25-hydroxyvitamin D and protein intake required to increase muscle mass in sarcopenic older adults – The PROVIDE study. Clinical Nutrition, 2018; 37 (2): 551-557.
  7. Cederholm, T. et al (2018). GLIM Criteria for the Diagnosis of Malnutrition: A Consensus Report From the Global Clinical Nutrition Community. Clinical Nutrition, 2018; pii: S0261-5614(18)31344-X. doi: 10.1016/j.clnu.2018.08.002
  8. Cruz-Jentoft, A.J. et al (2018). Sarcopenia: revised European consensus on definition and diagnosis. Age and Ageing, afy169.