Voeding maakt het verschil bij topsport

Verslag Congres Voeding & Sport XXL op 18 maart 2014

Start bij de basisvoeding luidt het advies van sportdiëtist Esther van Etten. Wanneer deze voldoet maak dan pas de stap naar sport specifieke voeding en denk vervolgens aan suppletie. Een verslag van het symposium Voeding & Sport XXL op 18 maart 2014 te Papendal.

Start met basisvoeding

Talent en training bepalen voor een belangrijk deel de sportprestatie. Toch speelt voeding een belangrijk rol bij de sportprestatie en kan een gezond en gevarieerd eetpatroon helpen het effect van training te versterken, aldus Renger Witkamp, hoogleraar Voeding en Farmacologie aan de Wageningen Universiteit. ‘Voeding maakt het verschil en de basisregels zijn simpel’. Voeding is bij sporters belangrijk voor de kracht, uithoudingsvermogen, het herstel en voor de preventie van ziekte. Na de training of sportprestatie is een inname van voldoende eiwitten (20 gram) belangrijk om herstel te bevorderen. Toch is er sinds 1989 geen meting gedaan naar de voedingsinname van de sportende populatie in Nederland. Daarom onderzoeken Floris Wardenaar en Ingrid Ceelen, beide onderzoeker en sportdiëtist, de voedingsinname en suppletiegebruik van sporters in Nederland. De resultaten zijn nog niet gepubliceerd, maar het onderzoek laat zien dat de basisvoeding van (top)sporters best nog wat kan verbeteren. Zowel de macro- als de micronutriënt inname. Lees hier het interview met Floris Wardenaar.

Sport specifieke voeding

‘De basisvoeding is het startpunt, vervolgens sport specifieke voeding, hierna eventueel supplementen’, aldus sportdiëtist Esther van Etten. Ook sporters gaan soms mee met voedingshypes in de media, zoals het gebruik van bietensap. Maar wat is effectief en wat niet?’ Renger Witkamp raadt gezondheidszorgprofessionals kritisch met bewijs om te gaan, ‘soms worden er te snel conclusies getrokken’. Daarom start Kristin Jonvik een promotieonderzoek aan de Universiteit van Maastricht naar de effectiviteit van bietensap. In de huidige literatuur worden in sommige gevallen positieve effecten gevonden van het gebruik van nitraat op de VO2max of de sportprestatie (Lansley et al., Journal of applied physiology 2011;  Larsen et al., Journal of Physiology 2007). Toch kunnen er nog geen eenduidige adviezen worden gegeven: ‘Er zijn veel verschillende studies gedaan met verschillende bronnen van nitraat (bietensap of natriumnitraat), verschillende type sporters en verschillende dosissen’, legt Kristin Jonvik uit. ‘Effecten van bietensap op de sportprestatie is mogelijk, maar bij wie, hoe en welke vorm van nitraat is nog niet bekend’.

Supplementen

In Nederland gebruikt 62% van de sporters wel eens sportvoeding of supplementen. Toch is de wetenschappelijke onderbouwing van supplementgebruik schaars. ‘Baadt het niet, dan schaadt het niet’ gaat niet altijd op voor suppletie, legt Renger Witkamp uit. Een te hoge dosering kan negatieve effecten hebben op de gezondheid. Daarnaast kan het voorkomen dat voedingssupplementen stoffen bevatten die worden gezien als doping, aldus Bart Coumans, hoofd Afdeling Preventie bij de Dopingautoriteit. Let altijd op het logo van het NZVT (Nederlands Zekerheidssysteem Voedingssupplementen Topsport). Supplementen met dit logo zijn negatief getest op doping duidende stoffen. De database met dopingvrije supplementen is ook te vinden via www.dopingwaaier.nl. Het is belangrijk dat suppletie nauwkeurig wordt afgestemd naast de voeding. Sportdiëtisten helpen sporters hierbij, maar zullen altijd beginnen bij de basisvoeding.