Zuivel in de nieuwe Schijf van Vijf

Interview met Stephan Peters

Op 22 maart 2016 publiceerde het Voedingscentrum de nieuwe Schijf van Vijf. Stephan Peters van de Nederlandse Zuivel Organisatie en tot vorig jaar kennismanager bij het Voedingscentrum vertelt over de nieuwe voedingsrichtlijnen. En geeft zijn visie op het voedingsonderzoek in de toekomst.

Zuivel in de nieuwe Schijf van VijfHet doel van de Richtlijnen Schijf van Vijf is het geven van praktische handvatten aan Nederlandse consumenten voor het samenstellen van een gezond voedingspatroon. De basisvoedingsmiddelen zijn als vanouds verdeeld over vijf schijven, maar het beeldmerk is compleet vernieuwd. “De nieuwe Schijf van Vijf straalt het belang van variatie beter uit. Zo is het groente en fruit vak subtiel opgedeeld in een deel groente en een deel fruit. Ditzelfde geldt voor het vak met zuivel, noten, vis, peulvruchten, vlees en ei. Dit vak is nu opgedeeld in een deel zuivel, een deel noten en een deel peulvruchten, vlees, vis en ei. Bij de oude Schijf van Vijf was dit één vak”, aldus Dr. Stephan Peters, werkzaam bij de Nederlandse Zuivel Organisatie en tot vorig jaar kennismanager bij het Voedingscentrum.

“Het Voedingscentrum laat zien dat er 1001 manieren zijn om volgens de Schijf van Vijf te eten. Bovendien gaat het er om wat je wel mag eten en dit gaat minder in de allergiehoek zitten van de consument dan aangeven wat niet mag. Dit is een belangrijk verschil in de communicatie”, aldus Peters. Voor diëtisten en andere gezondheidszorgprofessionals ziet Peters ook een voordeel van de nieuwe Schijf: “De achtergronddocumenten – de Richtlijnen Schijf van Vijf – zijn veel beter gepresenteerd, inclusief de afwegingen die zijn gemaakt in de ontwikkeling van de nieuwe richtlijnen.” Bovendien zijn de adviezen van diëtisten meegenomen in de ontwikkeling van de nieuwe schijf. Zo vonden diëtisten dat op de oude Schijf van Vijf te veel tekst stond.

De Richtlijnen Schijf van Vijf van het Voedingscentrum

Bron: Voedingscentrum

Zuivel in de nieuwe Schijf

“Het advies van de Gezondheidsraad is om de huidige zuivelconsumptie te handhaven. Dit betekent twee tot drie porties zuivel per dag. Dit zie je terug in het advies van het Voedingscentrum. Zuivel heeft wel een explicietere plaats binnen de nieuwe Schijf van Vijf. Zuivel is, net als noten, een apart deel binnen het paarse vak en is hiermee niet uitwisselbaar met andere productgroepen binnen dit vak, zoals peulvruchten, vlees en vis. Dit is ook logisch gezien het rapport van de Gezondheidsraad, waarin er duidelijke gezondheidseffecten van zuivel zijn gepresenteerd”, vertelt Peters.

Find the confounder

In de voedingswetenschap kan er volgens Peters op twee manieren gekeken worden naar de relatie tussen voeding en gezondheid. De reductionistische manier, waarbij het verband tussen individuele nutriënten en gezondheid wordt onderzocht. Hierbij wordt voeding beschouwd als de som van de nutriënten. Echter, veel voedingsmiddelen blijken toch andere gezondheidseffecten te hebben als dat je zou verwachten op basis van de nutriënten die er in zitten. Anderzijds is er epidemiologisch onderzoek naar het verband tussen productgroepen, voedingspatronen en gezondheid. “De toekomst van het voedingsonderzoek zit hem in het laatste, waarbij de relatie tussen gezondheid en productgroepen en voedingspatronen wordt onderzocht. Het advies van de Gezondheidsraad is grotendeels gebaseerd op epidemiologisch onderzoek. Epidemiologisch onderzoek heeft wel een methodologisch nadeel. In dit onderzoek spelen verschillende andere factoren een rol. Mensen die veel fruit eten, zijn gezonder, zou je concluderen. Maar die mensen eten niet alleen meer groente en fruit, maar zijn vaak ook sportiever, roken niet en verdienen meer. Hierdoor is het methodologisch lastiger om goed onderbouwde wetenschappelijke conclusies te trekken tussen het eten van bepaalde producten en gezondheidsuitkomsten. In deze confounders zit veel kennis verborgen”, vertelt Peters.

“Onderzoek naar nutriënten versus producten. Deze twee werelden komen langzaam samen, maar op dit moment zijn het nog twee handjes die elkaar proberen te grijpen”.

Volgens Peters kan het voedingsadvies verder verbeteren door in voedingsonderzoek te kijken naar producten en gezondheid. “Verzadigd vet is hiervan een goed voorbeeld. Te veel verzadigd vet is niet goed voor de gezondheid van hart en vaten. Dit blijkt uit onderzoek op nutriëntniveau. Als je op productniveau kijkt naar bijvoorbeeld zuivel, zie je op basis van epidemiologisch onderzoek deze verbanden niet. De voedingswetenschap stoeit nog met dit vraagstuk en er is nog een kennis lacune”, aldus Peters.

Gezond eten met gezond verstand

 Eind maart heeft Peters zijn eerste boek uitgebracht ‘Gezond eten met gezond verstand’. Peters: “Aanleiding voor het schrijven van dit boek is het agressieve voedseldebat in Nederland. Iedereen bekogelt elkaar met ‘feiten’. Het gaat naar mijn mening bijna niet meer om de feiten, maar meer om de discussietechniek. Dit als gevolg dat veel voedingswetenschappers zich terugtrekken uit dit debat. Ik baal daarom van de (des)informatie die de consument kan vinden. Met dit boek wil ik op wetenschap gebaseerde feiten vertellen en de lezer uitleggen hoe je de goeroe kan onderscheiden van de wetenschapper”. Peters boek gaat bovendien ook over hoe je eetgedrag kunt aanpassen, want volgens hem is dit voor vele mensen een belangrijke eerste stap in het aanleren van een gezonder voedingspatroon. “Waarom eet ik wat op welke momenten en hoe maak ik het mezelf makkelijker gezondere keuzes te maken. Deze bewustwording is stap een en zorgt op de lange termijn voor een gezonder eetpatroon”, concludeert Peters.