Kwaliteit melkeiwit

Eiwitkwaliteit wordt bepaald aan de hand van drie kenmerken: de hoeveelheid eiwit in een voedingsmiddel, de hoeveelheid essentiële aminozuren in het eiwit en de verteerbaarheid van de aminozuren in de dunne darm. Het melkeiwit scoort goed op deze punten en wordt daarom gezien als een eiwit van hoge kwaliteit.

De kwaliteit van eiwitbronnen kan bepaald worden aan de hand van drie kenmerken (1):

  1. De hoeveelheid eiwit in een voedingsmiddel
  2. De hoeveelheid essentiële aminozuren in het eiwit
  3. De verteerbaarheid van de aminozuren in de dunne darm.

De hoeveelheid essentiële aminozuren in een eiwit verschilt per eiwitbron (zie tabel 1). Melk, eieren en rundvlees bevatten relatief veel essentiële aminozuren. Ook verschilt de samenstelling aan essentiële aminozuren per type eiwit. (2) Om een voldoende inname te hebben van alle essentiële aminozuren is het belangrijk dagelijks een combinatie van diverse eiwitbronnen te consumeren. De hoeveelheid lysine is bijvoorbeeld lager in granen (eiwit) en juist hoger in melk(eiwit). Een boterham met kaas is daarom zo gek nog niet, kijkend naar de aminozuursamenstellingen.

TABEL 1 Overzicht essentiële aminozuren in mg/gram eiwit bij verschillende voedingsmiddelen

Eiwitkwaliteit 1

In deze tabel wordt de hoeveelheid methionine en cysteine (de zwavel bevattende aminozuren) bij elkaar opgeteld. In principe wordt aangenomen dat methionine het essentiële aminozuur is, maar er is nog discussie over de vraag of de hoeveelheid cysteïne van invloed is op de behoefte aan methionine. Dit geldt ook voor fenylalanine (het essentiële aminozuur) en tyrosine, de aromatische aminozuren. (2) Voor zowel de zwavelhoudende als de aromatische essentiële aminozuren geldt dat ze in de stofwisseling nauw gekoppeld zijn. Om deze reden heeft men het ook wel over 11 essentiële aminozuren in plaats van 9.

Ileale verteerbaarheid

De kwaliteit van eiwitten kan mede bepaald worden op basis van de verteerbaarheid van de aminozuren in de dunne darm (1). De verteerbaarheid van een eiwit wordt bij voorkeur gemeten tot aan het eind van de dunne darm (ileum). Dit wordt gezien als de beste manier om de beschikbaarheid van de aminozuren in het voedingseiwit voor benutting in het lichaam vast te stellen. Ook kan er dan een goede vergelijking gemaakt worden tussen diverse eiwitten die via voedingsmiddelen tot ons genomen worden. In voedingsmiddelen kunnen namelijk factoren aanwezig zijn die van invloed zijn op het verteringsproces en daardoor de aminozuren in het eiwit minder beschikbaar maken voor absorptie. Een voorbeeld van dergelijke anti-nutritionele factoren zijn de trypsine-remmers in plantaardige eiwitbronnen. (3)

Het bepalen van de verteerbaarheid van aminozuren in de dunne darm (ileale verteerbaarheid) is echter niet eenvoudig en routinematig te realiseren. Daarom zijn er diermodellen ontwikkeld en is er ook gekeken naar de verteerbaarheid van het in eiwit aanwezige stikstof in de mens. Daarbij gaat men uit van het verschil dat gemeten wordt tussen wat aan stikstof (via het eiwit) ingenomen wordt en hoeveel terug te vinden is in de ontlasting (fecale verteerbaarheid). Het nadeel van deze methode is dat de bacteriën in de dikke darm ook een stikstofwisseling hebben en daardoor een verkeerd beeld kunnen geven van de echte verteerbaarheid van de aminozuren. Bovendien houdt deze methodiek geen rekening met afscheiding van lichaamseigen (endogeen) eiwit in de dunne darm tijdens het verteringsproces. Daarom gaat de voorkeur uit naar het meten van de ileale verteerbaarheid. (3)

De stikstofverteerbaarheid van melkeiwit en de verteerbaarheid van de individuele essentiële aminozuren in melkeiwit zijn hoog, met een gemiddelde van 95%. Ook andere dierlijke eiwitten en geconcentreerde of gezuiverde plantaardige eiwitten, zoals soja en erwt, hebben een verteerbaarheid boven de 90%. Met andere plantaardige eiwitten heeft het lichaam iets meer moeite om deze te verteren. (1)

Lees meer over:

 

Referenties

  1. Tomé, D. (2012). Criteria and markers for protein quality assessment – a review. British Journal of Nutrition, 2012; 108, S222–S229.
  2. FAO/WHO/UNU Expert Consultation (2007). Protein and amino acid requirements in human nutrition. World Health Organ Tech Rep Ser. 2007;(935):1-265.
  3. Schaafsma, G. (2012). Advantages and limitations of the protein digestibility-corrected amino acid score (PDCAAS) as a method for evaluating protein quality in human diets. British Journal of Nutrition, 2012; 108, S333–S336
  4. FAO (2013). Dietary protein quality evaluation in human nutrition. Report of an FAO Expert Consultation. Food and Agriculture Organization of the United Nations. Rome, 2013.