Melk bestaat voor ongeveer 3,5% uit eiwit. Sommige zuivelproducten bevatten meer eiwit. Kwark bevat bijvoorbeeld gemiddeld ruim 11 gram eiwit per 100 gram en karnemelk gemiddeld 3 gram. Eiwitten zijn belangrijk voor het behoud van botmassa en de groei en het behoud van spiermassa.

Melkeiwit bestaat voor 80% uit caseïne-eiwit en 20% uit wei-eiwit. Caseïne wordt ook wel het ‘langzame’ eiwit genoemd en wei het ‘snelle’. Dit komt doordat wei over het algemeen zorgt voor een aminozuurpiek in de eerste twee uren na consumptie, terwijl de aminozuren in caseïne over een periode van ongeveer 6 uur verschijnen en daarom ook een minder hoge piekwaarde hebben. (1,2) De hoeveelheid eiwit verschilt tussen melk, yoghurt, karnemelk, kwark en kaas (3).

TABEL 1 Hoeveelheid macronutriënten, vezels en zout in verschillende melk en melkproducten per 100 gram

Halfvolle melk Karnemelk Halfvolle yoghurt Halfvolle kwark Goudse 30+ kaas
Energie kJ (kcal) 192 (46) 131 (31) 216 (51) 431 (103) 1205 (289)
Vet (g) 1,5 0,2 1,5 4,6 18,6
waarvan verzadigd vet (g) 1,0 0,2 1,0 3,0 12,1
Koolhydraten (g) 4,6 3,6 4,3 3,2 0
waarvan suikers (g) 4,6 3,6 4,4 3,2 0
Eiwit (g) 3,4 3,0 4,5 11,5 30,4
Zout (g) 0,1 0,09 0,01 0,09 1,9

Bron: Nevo-online versie 2013/4.0

Eiwit in melk en melkproducten

Eiwitten bestaan uit aminozuren. Aminozuren zijn verdeeld in essentiële aminozuren (n=9) en niet-essentiële aminozuren (n=11). De essentiële aminozuren kan het lichaam niet zelf aanmaken en dienen daarom via de voeding verkregen te worden. De essentiële aminozuren zijn: fenylalanine, histidine, isoleucine, leucine, lysine, methionine, threonine, tryptofaan en valine. (4) Het melkeiwit bevat alle 9 essentiële aminozuren in een hoeveelheid groter dan de referentiewaarde en met een hoge verteerbaarheid.

Lees meer over:

 

Referenties

  1. Lacroix, M., Bos, C., Léonil, J., Airinei, G., Luengo, C., Daré, S., Benamouzig, R., Fouillet, H., Fauquant, J., Tomé, D. en Gaudichon, C. (2006). Compared with casein or total milk protein, digestion of milk soluble proteins is too rapid to sustain the anabolic postprandial amino acid requirement. American Journal of Clinical Nutrition. 2006;84,1070–1079.
  2. Penning, B., Boirie, Y., Senden, J.M.G., Gijsen, A.P., Kuipers, H. en Loon, van, L.J.C. (2011). Whey protein stimulates postprandial muscle protein accretion more effectively than do casein and casein hydrolysate in older men. American Journal of Clinical Nutrition. 2011;93,997–1005.
  3. NEVO-online versie 2013/4.0, RIVM, Bilthoven.
  4. Voedingscentrum (2014). Eiwitten. Verkregen augustus 2014 via www.voedingscentrum.nl