Wat is het verschil tussen volle en magere melk?

Het belangrijkste verschil tussen volle en magere melk is het vetgehalte en daarmee dus het aantal calorieën. Het gehalte aan voedingsstoffen in melk staat los van het vetgehalte en is dus bij volle en magere melk gelijk.

Magere of vetvrije melk is melk waaruit het grootste deel van het vet is weggehaald. Het resultaat is een lager caloriegehalte. Volle melk bevat 3-4% vet, halfvolle ongeveer 1,5% en magere minder dan 0,5 %. De meeste voedingsstoffen bevinden zich in het niet-vette deel van de melk en gaan niet verloren bij het afromen van de melk. Zowel volle, halfvolle als magere melk bevatten vergelijkbare hoeveelheden eiwitten, vitamine B2 en B12, en mineralen zoals calcium, fosfor en kalium. Er is één uitzondering. Melkvet bevat vitamine A; bij het afromen van de melk zal het vitamine A-gehalte daarom afnemen.

Het vitamine A-gehalte is lager dan 15% van de dagelijks referentie inname (DRI) per glas van 200 ml en mag daarom binnen de EU niet op de verpakking worden vermeld. In sommige landen worden aan melk de in vet oplosbare vitaminen A en/of D toegevoegd. In die gevallen staat het gehalte aan vitamine A en D los van het vetgehalte van het melkproduct.

Lees meer over:

Referenties: NEVO-online versie 2013/4.0